Kardinaal Wim Eijk ligt onder vuur vanwege zijn krimpbeleid in het aartsbisdom Utrecht. Maar het is vooral de toon die de muziek maakt. Inhoudelijk koersen alle Nederlandse bisschoppen op hetzelfde resultaat aan. De bisdommen hebben eerder in beleidsdocumenten kenbaar gemaakt hoeveel parochies er volgens hen overblijven. In Roermond wordt uitgegaan van vijftig federaties (met ieder een bestuur). Haarlem-Amsterdam gaat uit van 50 tot 55 parochies. De grootste krimp doet zich tot 2020 voor in Groningen en Roermond (resp. 74% en 83% ten opzichte van 2012) – en dat zijn de bisdommen die het meest de publieke opinie achter zich lijken te hebben.

20122020%
Groningen-Leeuwarden7820-74%
Utrecht4932-35%
Haarlem-Amsterdam14550-66%
Rotterdam7524-68%
Breda4620-57%
Den Bosch16657-66%
Roermond30350-83%

(Cijfers van 2012 zijn genomen, omdat deze van alle bisdommen beschikbaar zijn; een vergelijking met een enig ander jaar is niet uit het gebruikte bronnenmateriaal te halen; in het besef dat fusierondes eerder en in andere tempi plaatshebben)

Herder en bestuurder

In alle beleidsdocumenten over schaalvergroting betonen de bisschoppen zich zowel herder als bestuurder. Als herders uiten de bisschoppen zich mild en begripvol, soms hoopvol. Zo benadrukt kardinaal Eijk ‘niet depressief te raken en in verbittering om te kijken’. Bisschop Frans Wiertz van Roermond neemt Psalm 127 als motto: ‘Als de Heer het huis niet bouwt, werken de bouwlieden vergeefs’. ‘Dit psalmvers bewaart ons voor moedeloosheid en laat ons hoopvol zijn’, aldus Wiertz. Bisschop van Haarlem-Amsterdam Jos Punt wil ‘eerst een ‘spiritueel fundament’ leggen voor het samen kerk zijn. De teruggang ziet hij als een geloofscrisis; al het andere is belangrijk, maar secundair.

Bisschop van Groningen-Leeuwarden Gerard de Korte schrijft dat de zorgen ‘ons niet mogen gijzelen’. Bisschop van den Bosch Antoon Hurkmans legt de nadruk op ‘het opbouwen van een geloofsgemeenschap in Christus’ naam’, geroepen in een ‘houding van liefdevolle dienstbaarheid naar de ander’.

Over de bestuurlijke doelen is eveneens overeenstemming in visie: minder parochies, dus minder uitgaven. De visie verschilt daar waar je lokale kerken moet sluiten of openhouden. Aartsbisschop Eijk kiest voor een Realpolitik, vanuit een beperkt aantal centrumkerken waar de eucharistie gevierd wordt. Het bisdom Groningen-Leeuwarden zet net zo goed bestuurlijk in op parochiële schaalvergroting.

De bisschop van Haarlem zegt niet te hebben gekozen voor een ‘masterplan’. In de praktijk geeft dat veranderingssnelheden die per locatie verschillen. Hulpbisschop Hendriks zegt: ‘Er moeten stappen worden gezet op dit gebied: voor het dát is een deadline, voor het hoe en wat is ruimte voor inspraak en overleg.’ Rotterdam streeft naar snelheid, want de energie kan ‘beter ingezet worden voor de kerkelijke en missionaire presentie’. Breda gaat uit van een ‘kwaliteitsmodel’, gericht op ‘het opnieuw ontdekken van de wezenlijke rol van de parochie en van de eigen missionaire taak van de gelovigen’. Het bisdom Den Bosch wil door schaalvergroting ruimte te scheppen voor pastoraat in grote, stevige en eenvoudige structuren.

Het bisdom Roermond wijkt af van de aanpak elders in het land: het kiest voor federaties van gemiddeld zes parochies, maar niet per se voor minder parochies. De vraag is of dat uiteindelijk niet op hetzelfde neerkomt. Per federatie zijn in 2020 nog slechts twee tot drie priesters beschikbaar.

Eenakter Eijk-De Korte

De focus in de media ligt op de verschillen tussen de bisschoppen. Met name Wim Eijk en Gerard de Korte worden als tegenspelers in een eenakter opgevoerd. De eerste krijgt er van langs, de tweede oogst waardering. De toon en communicatiestijl heeft daar veel mee te maken. De Korte wil kerken openhouden, maar dan is de vraag hoe levensvatbaar dat op langere termijn is; Eijk geeft aan dat dat in Utrecht gewoonweg niet haalbaar is, en de vraag is dan of dat wel klopt. C’est le ton qui fait la musique.

Alle bisschoppen zien kansen voor plaatsen waar mensen elkaar ontmoeten in geloof. Bisschop De Korte ziet kansen voor laagdrempelige catechese. Kardinaal Eijk spreekt over pastorale nabijheid. De Haarlemse toekomst is gevuld met impulsdagen, bedevaarten en reizen, aldus bisschop Punt. Het bisdom Roermond wil een aantal strategische plaatsen van hoop creëren: parochies, kloosters of plekken vanuit nieuwe bewegingen ‘die plaatsen van adoratie, contemplatie of pelgrimage doen ontstaan.’ Rotterdam ziet kansen voor kleine groepen, zoals ‘small church communities’ of groepen voor diaconaat, gebed of bezinning.

Veel beleidsverschillen zijn er dus niet. Er is duidelijk verschil in aanpak en toonzetting, maar de resultaten zijn voor iedereen glashelder.

*Deze opinie verscheen afgelopen donderdag in het Nederlands Dagblad. *