Als katholiek op een feestje zijn is niet altijd een feest. Het geloof is een veel besproken onderwerp tijdens feesten en partijen en daarbij neemt men geen blad voor de mond. Ik probeer goed naar verhalen van anderen te luisteren. Dan kom ik tot de conclusie dat zij vroeger (volgens mij) een andere kerk hebben meegemaakt dan waar ik nu deel van uitmaak. Dan komt tot ieders verrassing mijn verhaal… en regelmatig wekt dat meer begrip op voor mij als katholieke gelovige.

Feesten zijn niet altijd feest

Wanneer het onderwerp geloof of religie op tafel komt tijdens een feestje, weet ik meestal wel hoe laat het is. De oude verhalen van de strenge kerk van vroeger komen naar boven: de status van meneer pastoor, de kerkgang van de moeder na een bevalling en noem maar op. Dan denk ik “waar hebben jullie het over, dat is helemaal niet de kerk zoals ik die ken.” Dat de kerk vroeger ‘anders’ was, een andere invloed had en dit veel indruk op mensen heeft achtergelaten mag ik als jonge knaap niet onderschatten. Toch blijft het denigrerende gedrag van veel mensen tegenover de kerk dan steken en daar zal ik me als katholiek – in de positieve zin van het woord – tegen moeten wapenen.

Enige tijd geleden heb ik in een interview gezegd: “jongeren lijken smetten uit het verleden van de kerk te hebben geërfd.” Wij als katholieken en ook de jongeren mogen hun ogen en oren niet sluiten voor het verleden, maar we moeten wel een eerlijke kans krijgen te bouwen de kerk, de kerk van liefde zoals Christus die bedoeld heeft. Ik wil enorm graag die liefde van Christus blijven uitdragen en ik hoop daar wel de kans voor te krijgen.

Ieder persoon heeft zijn eigen ervaringen en dit brengt verhalen naar boven. Frustrerend is echter wel om te zien dat mensen niet meer bereid zijn om te luisteren naar de verhalen van anderen of hoe het ook anders kan en is geweest.

Wanneer de levensverhalen naar voren komen

Toen ik onlangs op een bijeenkomst was kwam ook het geloof ter sprake, om concreter te zijn de biecht. Er werd smakelijk gelachen over de ‘vaste lijstjes’ die men vroeger in het biechthokje aan meneer pastoor voorlegde. “Gelukkig zijn we van al die negatieve verplichtingen af, wie doet nog aan die onzin? Er is ons vroeger veel voorgehouden en wij slikten het als zoete koek”, stelde een van mijn tafelgenoten. Na enige tijd het verhaal te hebben aangehoord vertelde ik heel koeltjes “nou, ik biecht wel!” en je had die blik in hun ogen eens moeten zien. Het was voor mij een moment om te vertellen over mijn geloof, over het biechten zelf, hoe dit mij vormt als mens en dat het geloof mij de mens maakt die zij waarderen.

Na afloop van die avond kwam een andere tafelgenoot, die ook meeging in de negativiteit van het onderwerp, naar mij toe en hij bood zijn excuses aan. “Sorry Willem-Jan, ik en ik denk velen met mij, wij beseffen ons onvoldoende wat voor rol het geloof nog heeft in het leven van veel mensen.” Ik vond het een mooi gebaar dat hij zij excuses aanbood, dit was een teken van wederzijds begrip en een opening om de dialoog met elkaar aan te gaan.

Het starten van een dialoog lukt mij vaak door te luisteren naar degene die tegenover mij zit, gewoon te luisteren en vervolgens, wanneer daar de ruimte voor is mijn eigen geloofservaringen te delen. Mensen zien dan dat het geloof mij inspireert om het goede te doen voor anderen en dat heeft een hele andere uitwerking op hen dan dat ik hen ga opnoemen welke regels de kerk allemaal voorschrijft. Wanneer wij als gelovigen, ex-gelovigen, niet-gelovigen de dialoog met elkaar aan gaan zonder gekscherend een hoop bagger op tafel te gooien, maar echt naar elkaar luisteren, dan kunnen wij als praktiserende katholieken leren van het verleden en datgene doen waar we voor op aarde zijn: de liefde van Christus praktiseren en delen.