Goudse parochie over Pausenquête: ‘Kerkelijke leer als compas’

1
2677

In de parochie Sint Jan de Doper in Gouda is de pausenquête aangegrepen om met pastoor, bestuursleden en pastoraatsgroep de vragen in een gesprek te beantwoorden.  De vragen zijn gebruikt als input voor een nadere overweging over thema’s als kerkelijke leer, gezinspastoraat en de waarde van het huwelijk en het ontvangen van leven. De parochiebijdrage is te vinden in de bijlagen behorende bij het rapport dat Katholiek.nl aan de bisschoppen vlak voor Kerst aanbood. De parochie heeft als werkgebied de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Boskoop, Waddinxveen, Gouda, Moordrecht en de kern Moerkapelle. Hieronder plaatsen wij deze ‘Goudse bijdrage’.

“De overweging is door ons belangrijker gevonden dan een exact antwoord. Deze overweging reiken wij u aan als beantwoording van de vragen over de leer over het gezin, over het huwelijk, over pastorale zorg, over het homohuwelijk, over de opvoeding van kinderen, over het ontvangen van leven en de relatie tussen het gezin en de menselijke persoon. Wij denken dat de bedoeling achter (kerk-)regels breed wordt gedragen, bijvoorbeeld:

  • Wij verwachten dat breed wordt gedragen dat voorbehoedsmiddelen niet gewenst zijn om mogelijk te maken dat een medemens tot lustobject wordt gedegradeerd;
  • Wij ervaren niet dat een (echt-)verbintenis voor tijdelijk wordt aangegaan, die insteek blijkt ook niet bij de huwelijksvoorbereiding zoals die binnen onze gemeenschappen plaats vindt;
  • Wij verwachten dat mensen begrijpen dat kinderen ook resultaat van liefde tussen mensen zijn.

Kerkelijke leer als kompas

Wij ervaren een verschil tussen een leer als kompas dat aanduidt waar het noorden ligt en een leer die bestaat uit ge- en verbodsborden als ware het verkeersborden of -regels. Een leer als kompas wordt geaccepteerd, een leer als set van exacte leefregels of voorschriften roept meer vragen op dan dat er wijsheid uit wordt geput, hoe nuttig of wijs die leefregels ook zouden kunnen zijn.

In onze lokale gemeenschappen ligt het accent op het kiezen vanuit eigen verantwoordelijkheid, gegeven de leer als kompas. Op het niveau van bisdom of landelijk ervaren wij meer accent op (leef-) regels als ge- of verboden. Bij die ge- en verboden hoort ook handhaving. Er volgt dan een discussie of een mens zich gedraagt naar de regels op straffe van uitsluiting. Een echtverbintenis wordt niet voor tijdelijk aangegaan. Dat neemt niet weg dat de verbintenis haar intrinsieke waarde, die van de verbinding tot elkaar, kan verliezen. Dat kan de verbondenen tot een punt brengen waarop het, uit liefde voor de mens en kinderen, beter voor alle betrokkenen kan zijn om de verbintenis te verbreken. Het is niet gewenst, niet gewild maar soms het minst slechte. In onze beleving van kerk en uitnodiging naar verbintenis mag het verbreken van zo’n verbintenis of het opnieuw aangaan van een verbintenis niet tot uitsluiting leiden. Uitsluiten past bij arbitrage, niet bij de weg wijzen.

Gezinspastoraat in het privédomein

Het gezinspastoraat lijkt privédomein te zijn geworden. In de protestants-christelijke scholen is openen of sluiten met gebed en het gesprek over God orde van de dag. Op katholieke scholen wordt dit in onze omgeving niet meer aangetroffen. Naar ons beeld zijn katholieke scholen sterker geseculariseerd dan protestants-christelijke scholen. Wij ervaren een vorm van “ontworteling” waarin de cultuur, de rite, is losgetrokken van de onderliggende waarden. De invulling vindt plaats met (veel) ruimte voor eigen verantwoordelijkheid. Het waarom en de achtergrond van de gebruiken wordt steeds minder goed gekend. Het verband tussen de vorm die bij de Rooms-katholieke kerk hoort en de onderliggende waarde daarvan lijkt daarmee minder breed geaccepteerd te worden en minder goed door te geven door de leden van onze parochie. Sinds de jaren zestig, met 1968 als kantelpunt, ligt er meer accent op de eigen verantwoordelijkheid dan op van bovenaf opgelegd gezag. Wij houden als vraag, als blijvende uitdaging, over, hoe binnen die toegenomen ruimte voor persoonlijke keuze, de keuze voor de vorm, de rite en de cultuur van de Rooms-katholieke kerk te overtuigen. Wij verwachten daar het meeste resultaat van als de leer zich als kompas laat uitleggen en de ruimte biedt aan individuen om op dat kompas te varen.

‘Een sacrament is niet afhankelijk van de staat van zijn bedienaar’

Wat wij als parochie willen bereiken is als een paraplu te zijn. Daarin staan uitnodiging en verbinding centraal. Wij zien de parochie niet als een select gezelschap, geselecteerden, in den vreemde. We zien ons door God en mens bewogen met een uitnodiging aan de mensen om ons heen. De traditionele definitie van het huwelijk als exclusieve verbintenis tussen man en vrouw is niet als enig mogelijk verbond, algemeen geaccepteerd in de kerk en in de maatschappij. Er is begrip dat buiten de kerk andere formele regelgeving geldt die de verbinding niet exclusief als verbinding tussen een man en vrouw voorbehoudt. De verbintenis anders dan tussen man en vrouw vormt geen aanleiding om deze verbondenen of hun samenlevingsvorm uit te sluiten van onze gemeenschap.

Communie ontvangen ervaren wij als een invulling vanuit de persoonlijke verantwoordelijkheid om de verbondenheid met de Heer en met de gemeenschap te voelen. Een mens is uitgenodigd om in geloof (daarin) naar voren te komen en te ontvangen. Het delen en ontvangen van de communie willen wij niet zien als demonstratie, noch van het wèl ontvangen als volgens leefregels buitengeslotene, noch als weigering vanwege het niet nakomen van leefregels. Een sacrament is niet afhankelijk van de staat van zijn bedienaar. Een sacrament moet werkzaam worden gemaakt. De uitnodiging staat open om te bedenken of het sacrament bij jou werkzaam zal zijn. Wij kunnen slechts overwegen en in overweging geven dat zij die zich in Bijbelse verhalen aan de letter van de leefregels houden in de regel niet als winnaar uit de bus komen. Wij willen een pastoor of pastor graag kunnen ervaren als wegwijzer in combinatie met het kompas, niet als arbiter inzake leefregels.

Voor ons staat “gewetensvol omgaan” centraal. Wat in de geschiedenis is ontstaan, wordt niet zomaar nonsens. De voortschrijdende tijd kan wel om vertaling en aangepaste vertaling vragen. Het duiden van wetten, profetieën en geschriften als kompas, is dat waar wij graag door onze voorgangers de weg in worden gewezen.

‘Meedoen is belangrijk’

In onze cultuur is “meedoen” belangrijk. Er bij horen is vanuit het vroegste mensdom een vorm van bescherming om te kunnen overleven. Kinderen willen op school meedoen. Daar waar de gemeenschap in grote getale katholiek is, doen kinderen met elkaar mee in het willen ontvangen van de eerste heilige Communie. Het is de vorm die dan telt. In de verdere ontwikkeling van het kind volgt adolescentie, met daarbij het nemen van afstand tot dat wat met de paplepel werd ingegoten. In onze vorm van kerk zijn, betekent het dat we het ervaren als kerkleden verliezen.

Ooit werd een gewone mens pas op latere leeftijd gegrepen door Christus en zijn leer. Pas dan bekeerde hij zich. Dat roept de vraag op of het socialisatieproces zoals wij dat nu in de kerk uitvoeren (met kinderdoop, eerste heilige communie rond 7 jaar en vormsel rond 12 jaar), het meest gewenste of enige proces is waarop wij ons zouden moeten richten. Zouden we ons als kerk niet meer moeten richten op het op latere leeftijd leren kennen van de leer en de leefwijze van Christus en het socialiseren in onze gemeenschap?

Enquête is van onschatbare waarde

Het is voor ons een vraag hoe wij bemoediging bieden, zoals die uitgaat van bijvoorbeeld samen bidden. Hoe bewust vragen wij ons af wat wij onze kinderen toewensen bij hun doop? Met als mooist mogelijke antwoord dat je met je kleine (kinder-) problemen bekend raakt met de weg naar God om deze ook in je latere leven makkelijk te kunnen vinden. Hoe helpen we elkaar daarbij? Zijn wij uitnodigend? Is de verbintenis er? Of is het slechts een rite?

Het is van onschatbare waarde om met vragen zoals gesteld in de enquête bezig te zijn. De vragen helpen te zoeken of er iets groeit langs de geleidelijke weg van verandering dat niet volgens “de leer” is vastgesteld. Maar ook ervaren wij de doorgaande lijn van de Rooms-katholieke kerk. Het Tweede Vaticaans Concilie betekende een ommezwaai. Maar het was ook een ommezwaai naar de wijze van vieren zoals die in de eerste eeuw plaats vond. Wij vinden het van belang om te kunnen ervaren wat moderne menswetenschappen bij kunnen dragen aan onze kijk op de aarde en de mensheid. Is de aarde wat hij was of wat wij er van maken? Wij willen hopen dat de kerk koers blijft geven en dat wij daarop kunnen vertrouwen, zonder dat de kerk een museum wordt en met de ruimte om de Schrift zeven keer zeventig keer te duiden.”

 

1 REACTIE

  1. Lof aan de stellers. Evenwichtige tekst die weergeeft, en naar mijn idee aansluit op een algemeen gevoelen: het kerkelijk leergezag van de RK Kerk kan verworden tot een (te hoge) drempel voor een gezonde geloofsbeleving.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here