Volgens mijn omgeving ben ik een vrij ‘opgeruimd’ type. Toch verlang ik nog steeds stiekem naar minder keuzes die er uiteindelijk toch niet toe doen, naar minder prikkels, minder spullen. Zodoende maakte ik een paar jaar geleden kennis met verschillende opruimgoeroes en het minimalisme. Wat is het geheim van het succes van deze beweging? En kan de kerk daar wellicht iets van leren?

door Simone Ooms

Minimalisme draait om het behouden van dat van toegevoegde waarde is… en afstand te doen van al het overtollige. ‘Does is spark joy?’ is de vraag die je volgens de Japanse opruimgoeroe Marie Kondo bij elk voorwerp moet stellen. Volgens haar kun je het beste opruimen door alle spullen van dezelfde categorie (bijvoorbeeld boeken) bij elkaar te halen en je vervolgens per item af te vragen of je er blij van wordt. Zo niet, dan is het tijd om afscheid te nemen. Maar je kunt bijvoorbeeld ook een ‘packing party’ houden zoals The Minimalists uitleggen: je pakt al je spullen in alsof je gaat verhuizen. Na een bepaalde periode kijk je wat je daadwerkelijk gebruikt hebt. Dat wat nog in de verhuisdozen zit, kan dan waarschijnlijk wel weg. Een andere bijzondere methode is het Zweedse ‘döstädning’ oftewel opruimen met het oog op je eigen sterflijkheid. Daarbij behoed je je nabestaanden voor een hoop spullen die nog uitgezocht moeten worden. Verder zijn er online allerlei uitdagingen aan te gaan zoals de 30 day challenge: op dag 1 doe je 1 voorwerp weg, 2 op dag 2, 3 op dag 3, enzovoorts.

Modieus, modern, stijlvol

Welke methode je ook het meeste aanspreekt, er zijn legio websites, groepen, blogs en vlogs over een minimalistische levensstijl: mensen die met elkaar inspireren, tips uitwisselen, de uitdaging aangaan om binnen een bepaalde tijd een bepaalde hoeveelheid spullen op te ruimen. Maar je kunt bijvoorbeeld op YouTube ook ontzettend veel filmpjes vinden over hoe je er met een minimalistische garderobe toch heel modieus uit kunt zien. Veel minimalistische interieurs zijn erg modern en stijlvol. Dat ‘mag’ ook, want dat wat je houdt, is dat wat (voor jou) van toegevoegde waarde is. Er zijn geen regels die zeggen wanneer (bijvoorbeeld bij welke hoeveelheid spullen) je een ‘echte’ minimalist bent. Overigens gaat minimalisme niet alleen over spullen, maar bijvoorbeeld ook over activiteiten of de mensen in je leven. Op dat laatste ben ik wel wat kritisch: het is goed om bewust om te gaan met je contacten en alert te zijn op energieslurpers, maar dat mag er niet toe leiden dat mensen worden buitengesloten.

Van ‘gewoon’ opruimen naar existentiële vragen

Minimaliseren begint bijna altijd als iets praktisch, met het idee ‘een opgeruimd huis is een opgeruimd hoofd’. Het interessante is echter dat als mensen eenmaal beginnen met minimaliseren, er heel vaak ook andere processen op gang komen. Wie grondig opruimt, gaat niet alleen nadenken over de herbestemming, maar ook over de herkomst van al die spullen. De overstap van kwantiteit naar kwaliteit wordt gemaakt, er komt een einde aan gedachteloos en mateloos consumeren. Door het bewustere consumeren komen zaken als milieu en welzijn van mens en dier in beeld. Zo kondigde Jelle Derckx van Growthinkers op YouTube aan dat hij van minimalist tot ‘sustainable minimalist’ was geworden. Ook het eigen leven wordt overdacht: ben ik wel goed bezig? Wat wil ik nou eigenlijk écht met mijn leven? The Minimalists vertellen bijvoorbeeld hoe ze niet alleen afscheid namen van een hoop spullen en overmatig consumentisme, maar ook van de dik betaalde banen waar ze doodongelukkig van werden. Sommige minimalisten kiezen voor een ‘tiny house’: een piepklein huisje met een piepkleine hypotheek zodat ze minder kunnen gaan werken of ander werk kunnen gaan doen. Hun roeping kunnen volgen. Wat begint met rommel opruimen, wordt iets heel existentieels. Ik vind het mooi en hoopgevend om te zien dat er seculiere bewegingen zijn die afstand weten te nemen van het materialisme. Dat ze soms beter lijken te werken dan een gelovige levensstijl, geeft wel te denken.

Stoffig imago

Toen ik een keer in een klooster verbleef, zat één van de broeders toevallig een krantenartikel over minimalisme te lezen. ‘Volgens een trendwatcher is delen het nieuwe hebben,’ parafraseerde hij, om daar enigszins verontwaardigd aan toe te voegen: ‘maar dat doen wij al 800 jaar!’

Soberheid, matigheid en met elkaar delen zijn inderdaad geen vreemde elementen in de christelijke traditie. Toch zag ik tot dat moment mijn geloof en mijn sympathie voor het minimalisme gek genoeg als twee verschillende dingen. Nog steeds wel, als ik heel eerlijk ben. Want daar waar de minimalistische beweging er perfect in slaagt om toegankelijk, hip en leuk te zijn, houdt de christelijke ‘soberheid’ een wat stoffiger en suffer imago. Misschien zijn het mijn calvinistische wortels, maar christelijke soberheid associeer ik met dingen die moeten of juist niet mogen – niet met iets wat leuk en inspirerend kan zijn. Misschien zoek ik op de verkeerd, maar ik zie weinig hippe sobere christenen in mijn omgeving of op het internet voorbijkomen. Misschien luister ik niet goed, maar in de kerk hoor ik er weinig over.

Katholieke 40 day opruim challenge

Onder de noemer ‘minimalisme’ zijn waarden als soberheid en matigheid ‘hot’. Hier ligt een enorme kans voor de kerk om aansluiting te vinden. Daarbij kan ze leren van de minimalisme-beweging. Mensen als The Minimalists vertellen enthousiast – haast als bekeerlingen, maar zonder hinderlijk prekerig te worden – over hun eigen ervaringen. Ze kunnen de voordelen van hun manier van leven helder en met passie verwoorden: overzicht, letterlijk en figuurlijk meer ruimte overhouden, een veel grotere focus op de echt belangrijke zaken, vrijheid. Anderen, zoals de Amerikaanse Rachel, oftewel The Messy Minimalist, delen hun proces van vallen en opstaan, vaak met de nodige humor, aangemoedigd door een heuse community. Bovendien weten al die mensen elkaar (wereldwijd!) uit te dagen en te inspireren. We hebben nog even voor de 40-dagentijd, maar ik voel wel wat voor een katholieke 40 day opruim challenge.

Simone Ooms was na haar journalistieke opleiding tien jaar werkzaam als (online) communicatieprofessional op een hogeschool. Inmiddels werkt zij als online redacteur en marketeer bij Berne Media en is zij hoofdredacteur van katholiek.nl. In haar vrije tijd studeert zij Theologie aan de Radboud Universiteit.