Kijk met open ogen naar Maria en de kerk

0
709
Kerk bedevaartsoord Lourdes

In 1940 verbleef Franz Werfel, als jood op de vlucht voor zijn Duitse vervolgers, een tijd in Lourdes. In 1941 schreef hij er een beroemd boek over, Het Lied van Bernadette. In zijn voorwoord schreef Werfel dat hij altijd ‘het goddelijke geheim en de menselijke heiligheid’ zou verdedigen tegen ‘spot, kwaadaardigheid en onverschilligheid’.

door André Roes

Werfel is getroffen door de woorden van Pius XI, bij de heiligverklaring van Bernadette in 1933, dat heiligen als telescopen zijn die sterren waarnemen met het blote oog niet te zien. Hoe kijk je naar het wonder, hoe ontvankelijk, open kunnen we nog zijn? Kunnen we nog kijken als kinderen voor wie ‘wondere dingen komen aangevlogen, zichtbaar in hun verwijde ogen’ (M. Vasalis)? Wat is er met het geloof, met de Kerk en dus met de mens gebeurd, in Europa waar kerken gesloten worden en godsdienst naar de marge van de maatschappij lijkt weggedrukt? Kunnen we oog hebben voor mensen die gewoon tot Maria blijven bidden, in stilte, bijna verborgen, dan weer uitbundig, vol vreugde? Wat zoeken mensen die nog weinig met ‘de kerk’ hebben in Maria-oorden? Geeft dat ons te denken of doen we het te gemakkelijk af als vroom sentiment, als iets dat vertedert en geen kwaad kan? Of staan we open voor de bron van vreugde, troost en barmhartigheid waar al die biddende mensen, ook als ze maar heel even een kaarsje opsteken, zich willen laven?

Ooit is het met Maria en de aankondiging van Jezus’ geboorte begonnen. Maria schrikt, maar ze is open en ontvankelijk, bereid om alles in haar hart te overwegen. Ze is toegewijd, geduldig en geeft zich gewonnen. Ze staat aan het begin van een lange weg. Het christendom is geen leer, maar een weg, benadrukt paus Franciscus steeds. Die weg begint met de Vreugde, met een Blijde Boodschap, die de wereld kan opentrekken, voor joden én heidenen. Er gaat iets nieuws beginnen, God is weer ‘binnen de muren’ (Sefanja). Muren zijn hoge dingen, ze beschermen, maar sluiten ook af. In het Magnificat van Maria wordt alles omvergegooid, omgekeerd. Zwakken en vernederden worden rechtóp gezet, niets is meer ‘gewoon’.  De zoon van een ‘gewone timmerman’ blijkt de zoon van God zelf te zijn, aanstootgevend, schandalig en bizar voor de twijfelaars, en voer voor theologen, historici, psychologen. Staan we er open voor, of verklaren we het weg, maken we het ‘gewoon’, spannen we het voor onze eigen kar, of serveren we het af, met een schouderophaal? En vooral: is wat daar gebeurt voor mij van belang, haalt het iets in mijn leven overhoop? Achter de oude dogma’s van de kerk, over Jezus, de Drie-eenheid, Maria, hebben ooit mensen gestaan met hun levende ervaringen. Daarna zijn de woorden gekomen, de begrippen, de uitspraken, de misverstanden, de strijd. Maria is de Moeder van God. Zijn we open en ontvankelijk genoeg om (aanschouwelijke) kennis te willen opdoen over die dogma’s, die ook grote, verwijzende beelden zijn van waar het in het geloof om gaat? Je gelooft met heel je hart, met heel je verstand. Je moet zélf de weg opgaan. Het is als met bidden. Soms moet je ‘je ertoe zetten.’ Bidden gaat niet vanzelf. Er moet altijd een begin van vertrouwen zijn dat het gebed gehoord wordt, dat een Ander zich voor jou openstelt, en luistert.

In het Maria-gebed vragen we aan Maria, Moeder van God, voor ons zondaars te bidden. De Vlaamse versie van het gebed zegt: bid voor ons árme zondaars. Maria is de Moeder van de Kerk. Zij bestaat ook uit arme zondaars. Er zitten zelfs rotte vissen in het net, zegt paus Benedictus. Soms was het alsof ‘de Heer slaapt en ons vergeten heeft’. De kerk is geschonden, verdeeld. Wat in de kerk gebeurt, stemt niet altijd tot vreugde. Maar zij overleeft altijd weer door een mariale houding die zich een weg zoekt en bidt uit tijden en plaatsen waar mensen elkaar onbarmhartig bestrijden, waar conflicten tot breuken worden, waar mensen elkaar afschrijven, in de ban van wrok, laster, verkettering, waar ‘pijndossiers’ en conflictpunten onnodig worden opgezocht. Kunnen we weer open en vrij worden en wegstappen uit oude, onvruchtbare, betekenisloos geworden schema’s en denkmodellen, en de taal die daarbij hoort: links – rechts, progressief – conservatief, instituut – basiskerk? Is de kerk in crisis, was de vraag aan paus Franciscus. Het antwoord is nuchter, hoopvol. Er zijn heiligen in de kerk en ook ‘enkelen die niet zo heilig zijn.’ Spreek niet alleen over die laatsten. ‘Jullie weten dat een boom die valt, meer lawaai maakt dat een bos dat groeit.’ Het is een woord dat ook gericht is tegen de media, die ‘framen’ op wat slecht is, zurig, vijandig en gesloten als media op hun slechtst kunnen zijn.

De kerk verkondigt een boodschap van Vreugde. Kijk verder dan de kerk van nu en hier, kijk naar de wereldkerk, wat daar gebeurt en buiten ons blikveld ligt, en wordt gehouden. Kijk met open ogen. In de sloppenwijken van Buenos Aires, tussen wanhopig makende armoede, geweld, verslaving, leven veertig priesters. In deze ‘villas miseria’ is de Kerk volop aanwezig, er worden scholen gerund, gaarkeukens, een ziekenhuis. De kerk is hier een teken van hoop, barmhartigheid, evangelische vreugde. Hou je ogen open voor een kerk die steeds weer verrast, zich vernieuwt, voor de grote sprongen, mutaties waartoe zij altijd weer in staat is. Sluit jezelf niet op in gesloten, eendimensionale beelden, bijvoorbeeld over pausen, maar blijf open, vrij, blijf kennis opdoen, blijf ontmoeten. Kerkgeschiedenis is even belangrijk als theologie! In zijn recente studie over de Franse Revolutie en het christendom, laat Pierre Trouillez, kerkhistoricus, zien hoe de Franse katholieke kerk, zelf ook schuldig aan het ontstaan van de revolutie, slachtoffer werd van een ongekende staatsterreur, vervolging, fysieke vernietiging. De kerk overleefde de terreur, werd ontdaan van haar macht, rijkdom, en… leefde opnieuw op. Zij bleek, zegt Trouillez, in het gewone gelovige volk uiteindelijk een enorme veerkracht te bezitten. De Maria-devotie, voeg ik toe, speelt daarbij een belangrijke rol. Als je Maria uit de Kerk wegdrukt, laat je die Kerk armer achter, zei de bevrijdingstheoloog L. Boff. Ook de pausen hebben dat goed begrepen. De Kerk heeft altijd plaatsen gehad, en zal ze waar nodig opnieuw moeten opbouwen, waar mensen vooral bidden, ‘verticaal’ aanwezig zijn, waar mensen op adem kunnen komen, vreugdevolle plaatsen van toevlucht, troost en barmhartigheid, waar je met open handen staat.

Boekcover Maria. Pleidooi voor een barmhartige en vreugdevolle kerkDr. André Roes (1946) is kerkhistoricus. Hij promoveerde in 1984 te Leiden op het leven en werk van de katholieke emancipator Anton van Duinkerken. Hij publiceerde onder meer over de theologie van Søren Kierkegaard en over de religieuze aspecten van het werk van Hans Christian Andersen en Charles Dickens. Roes schreef ook regelmatig voor het benedictijns tijdschrift Heiliging. In zijn boek ‘Maria. Pleidooi voor een barmhartige en vreugdevolle kerk’ schetst hij het actuele belang van Maria voor de toekomst van de kerk en pleit hij voor een meer mariale, barmhartige en vooral vreugdevolle kerk.