Vandaag is Moeder Teresa bijgetekend in de canon van heiligen van de rooms-katholieke kerk. Een heiligverklaring die op zijn minst controversieel is. Of toch niet?

Ze leefde sober, ze predikte soberheid en eiste van haar omgeving een sober leven. Agnes Gonxha Bojaxhiu werd in 1910 in Skopje geboren. Ze vertrok als 19-jarige naar Calcutta en leidde een nonnenschool. Vlak na de Tweede Wereldoorlog stichtte ze haar eigen congregatie. Doel was hulp bieden aan iedereen die tussen de wal en het schip was gevallen. De sloppenwijken van Calcutta waren het werkterrein.

In de vele jaren die volgde groeide Moeder Teresa uit tot het ‘armoede-icoon’ van de moderne wereld. De bewondering voor haar tomeloze inzet groeide.

De soberheid van de Macedonische katholiek was niet zozeer maatschappelijk, maar juist christocentrisch georiënteerd. Het lijden van de mens is het ultieme volgen van Christus’ lijden en kruisdood. Door het eigen lijden groei je in geloof in Christus. Met bij Moeder Teresa als concreet gevolg dat de voorzieningen in de ziekenhuizen gerund door de congregatie pover waren: zeer beperkte medische voorzieningen en handelwijzen, beperkte hygiëne en uitsluiting van abortus en anticonceptie.

Die mening en praxis stuitte daardoor op groot verzet buiten de kerk. Ze bestreed armoede door de armoede en armen te omarmen.

Ook zou Moeder Teresa met twee maten meten. De financiering van de armoedewerken is nooit heel transparant geweest. Ook zou ze niet verlegen zijn om geld aan te nemen van dubieuze bronnen als dictators. En hoezeer ze de armen de armen liet, bij haar eigen lijden werd ze verpleegd in een privékliniek. Vrij Nederland somde – voor deze keer gratis – een artikel met alle pijnlijke kwesties op die documentairemaker Christopher Hitchens openbaarde.

Maar waarom dan een heiligverklaring?

Het controversiële van de heiligverklaring van Moeder Teresa ligt geworteld in haar gedrag. En dat wordt vooral door buitenstaanders als vreemd en achterhaald beschouwd. Malversaties, manipulaties, het verheerlijken van het lijden: daarmee kan je nooit heilig worden. Een heilige is immers van onbesproken gedrag.

Het controversiële stempel gaat echter voorbij aan de betekenis van een heilige.

De katholieke commentator John Allen benoemt dat heiligverklaringen – in ieder geval in theorie – één van de meest democratische processen in het katholieke leven is. Een proces van heiligverklaring begint met een lokale toewijding aan een bepaalde persoon die bij leven een reputatie van heiligheid had. Een voorbeeld stelde. Vervolgens komen er vele dozen papier, nietjes door documenten en zegels van goedkeuring en dan volgt, – soms snel, soms na decennia – de publieke bevestiging.

“Net als bij Johannes Paulus II, met het Santo Subito! bij zijn uitvaart, was Moeder Teresa al een heilige in de harten van de meeste katholieke mensen lang voordat haar naam in de officiële canon zal worden ingevoerd”, aldus Allen.

Bij Moeder Teresa is die publieke toewijding er ruimschoots. Ze kreeg een stroom aan onderscheidingen, zoals de John F. Kennedy Award (1971), de Nehru Award (1972), de Templetonprijs (1973), de Nobelprijs voor de Vrede (1979) en velen meer. In 1996 werd ze Ereburger van de Verenigde Staten. Zo beschouwd is voor de buitenwacht de heiligverklaring van Moeder Teresa zo gek niet.

Tevens wordt voorbij gegaan dat katholieken geloven dat als iemand echt een heilige is, dat individu allang in de hemel is. Een heiligverklaring wordt opgevat als erkenning van wat al is gebeurd. Met andere woorden, een heiligverklaring is niet voor de heilige, maar het is voor ons.

En controversieel? Spraakmakend zeker. Maar wil de mens zonder zonde de eerste steen werpen? En misschien is dat wel de belangrijkste reden om Moeder Teresa in het Jaar van Barmhartigheid heilig te verklaren. Uiteraard onder het gesternte van de paus die veldhospitaal in het contemporaire idioom van de kerk opnam.

Welk mens bestaat zonder lof en zonder kritiek?

(Foto: Wikimedia/Manfredo Ferrari)