Kun je als katholiek journalist loyaal en geëngageerd zijn? Die vraag is actueel met het nieuws dat de ervaren journalist Werend Griffioen vertrok/moest vertrekken als hoofdredacteur van het Utrechtse parochieblad Martinus Magazine.

Het Martinus Magazine kun je beschouwen als een parochieblad dat ver boven het gemiddelde uitstijgt. Professioneel vormgegeven, een professionele ervaren hoofdredacteur aan het roer, gedegen interviews en prikkelende opinie. Geen enkel moment is Martinus Magazine een saaie mus. Dat is de grote verdienste van Griffioen. Hij heeft laten zien dat het Utrechtse parochieblad veel meer is dan de opsomming van vieringen, rouwtjes en trouwtjes.

Werend Griffioen is niet de eerste de beste. Hij heeft een lange staat van dienst in het communicatiewerk: als voorlichter bij Mensen in Nood, als stafmedewerker bij Missio en als zelfstandig communicatieprofessional.

Maar er zijn randen waarvan je beseft dat het gevaarlijk is. Griffioen was boos over het ontslag van een pastorale kracht, die van de een op de andere dag vertrok. Daarop gebruikte hij het genre van het hoofdredactioneel commentaar om kritiek te uiten op kardinaal Eijk (een van de parochianen van de Martinusparochie en lezer van het blad). De volgende passage zorgde voor de welbekende druppel:

“De perversiteit van het systeem is als volgt. Kerkleiders – paus Franciscus voorop – vragen van de gelovigen enerzijds uiterste inspanning voor kerk en wereld. Anderzijds snoeren ze hen de mond als die gelovigen in opstand komen tegen kerksluiting en tegen uitsluiting van gelovigen die niet voldoen aan de kerkelijke moraal.”

Als een ervaren communicatieprofessional dat schrijft, weet hij door zijn ervaring wat de impact ervan is in de context van zijn werkhabitat. Hij toont engagement en steekt bewust zijn nek uit. Dat is dansen op de vulkaan en verdient veel respect. Er zijn genoeg mensen die dezelfde mening hebben, maar die niet uiten. “Vertel maar niets, dan kunnen we ons werk blijven doen” hoor ik vaker dan eens.

Griffioen koos voornamelijk voor een geëngageerde, onafhankelijke koers. Dat kwam hem duur te staan. Zodra interne kritiek niet mag worden gepubliceerd in een intern gericht blad, waar is dan het gesprek over het samenspel van meningen binnen de gemeenschap? Mag een parochieblad de spiegel van betrokken parochianen zijn?

Loyaliteit lijkt het in deze casus van engagement te winnen. Ton Huitink zei het zo: je bent geen nieuwsblad of een opinieblad, maar een parochieblad. Hij zegt daarmee wat een diocesane perschef mij eens zei: parochiële en diocesane communicatie is bedrijfsjournalistiek. De communis opinie is dat kritiek niet past. Een parochieblad hoort loyaal aan de Kerk (met een hoofdletter) te zijn. Dat je wordt afgerekend als je wél kritiek uit, is het andere uiterste.

In deze casus staan loyaliteit en kritische engagement op gespannen voet met elkaar. Er is een middenweg denkbaar.

Die wordt zichtbaar als er wederzijdse verantwoordelijkheid wordt getoond. Als een parochieblad een serieus communicatiemiddel is van de gemeenschap, dan horen daarin meningen die niet 100% halal zijn. Als een parochie dat aankan, toont het volwassenheid en weerbaarheid.

Belangrijke factoren zijn vertrouwen, een goede organisatie, wederzijds begrip en respect voor ieders rol en functie en goede afspraken over de positie van bestuur, redactie en blad in een klimaat van dialoog en samenwerking. Katholieke journalisten, op welk werkniveau ook, verdienen een grote mate van bescherming vanwege de bijzondere positie die zij innemen.

Het is de verantwoordelijkheid van kerkprovincie, bisdom en parochie het redactiewerk te respecteren en er voor op te komen. Het is de taak van een katholiek journalist om als het nodig is vuile was buiten te hangen in een bijpassend genre. Dat houden journalistieke beroepscodes voor. Repercussies zijn onwenselijk.

Daar staat tegenover dat het de verantwoordelijkheid is van een katholiek journalist dat de verbinding met het geloof, de gemeenschap, het bestuur en de kerk blijft. Dat vraagt om een houding van mildheid en het tonen van de spiegel van Gods vriendelijkheid. Bij het journalistiek werk komt naast onafhankelijkheid in gelijke mate loyaliteit mee: het is je eigen geloof, je eigen kerk. Daar past geen vitriool als inkt.