Seksueel misbruik: Zijn individuele priesters en religieuzen crimineel?

0
1500

In een tweeluik bespreken we op Isidorusweb juridische aspecten van het seksueel misbruik in de kerk. Deel 2: Zijn individuele priesters en religieuzen crimineel? Lees ook deel 1: Is de katholieke kerk een criminele organisatie? En:
Deel 2: Zijn individuele priesters en religieuzen crimineel?
Met de zeer terechte opwinding rond seksueel misbruik komt vaak de vraag ‘Zijn priesters criminelen?’ voorbij. Advocaat Jan Boone overweegt bijvoorbeeld een aanklacht in te dienen tegen de rooms-katholieke kerk als criminele organisatie. Hij deed dit in 2010 maar toen zag het OM geen aanleiding tot vervolging wegens gebrek aan bewijs.

In de maatschappelijke publieke discussie is veel terechte emotie en morele verontwaardiging ontstaan over de kerk. Die discussie moet vooral gevoerd worden. Tegelijkertijd speelt die juridische vraag, die ook moet worden geadresseerd.

Dit artikel bespreekt een aantal rechtsregels en gaat niet in op emotionele, psychosociale of maatschappelijke aspecten. Niet omdat dat niet belangrijk is – integendeel – , maar om de tensie over criminelen in de kerk vanuit één gezichtspunt te kunnen bespreken.

De kern van de zaak is voor Boone de verklaring van een jongetje van 8 jaar dat werd misbruikt. Het jongetje zei: ‘Het doet zo’n pijn aan de kont’. Iedereen, buiten én binnen de kerk, beseft de onvergeeflijke feiten. Dat brengt de vraag over individuele strafzaken jegens priesters en religieuzen.

De vraag kan vanuit strafrechtelijk, civielrechtelijk en kerkrechtelijk perspectief worden besproken.

In het strafrecht is de zedenwetgeving primair relevant. Ieder geval van seksueel misbruik met kinderen is strafbaar. De strafmaat is afhankelijk van de aard ervan: er is een spectrum rond misbruik van aanrakingen, seksuele intimidatie tot daadwerkelijk onvrijwillig seksueel contact (tussen volwassenen of tussen kinderen). Daarover gaat titel XIV ‘Misdrijven tegen de zeden’ van het Wetboek van Strafrecht.

Enkele voorbeelden: Op ‘schennis van de eerbaarheid’ (art. 239 WvS) staat maximaal drie maanden gevangenisstraf of een geldboete bij kinderen onder de 16 jaar, vier jaar bij het maken, hebben of verspreiden van kinderporno. Twaalf jaar gevangenisstraf kan iemand krijgen bij verkrachting (art. 244 WvS) en als iemand ontucht pleegt met een minderjarig kind dat onder zijn/haar zorg staat (art. 249 WvS) zes jaar of een geldboete tot maximaal 18.500 euro.

Een priester, pater of zuster die één van deze handelingen heeft gepleegd, is strafbaar en kan in juridische betekenis crimineel worden genoemd indien een rechter hij/zij heeft veroordeeld voor het plegen van een dergelijke misdaad.

Tot justitiële vervolging kan sinds 2003 worden overgegaan, ongeacht of het minderjarige slachtoffer uitnodigt tot of weerstand biedt tegen de handelingen. Dat was tot 2003 anders: als een kind twaalf jaar of ouder was, kon rechtsvervolging alleen plaatsvinden na een klacht door het kind, ouders of de Raad voor de Kinderbescherming. In het onderwijs zijn docenten en schoolbesturen wettelijk verplicht tot het aangeven van seksueel misbruik.
Verjaring
Het wetboek van strafrecht is een eerste mogelijkheid, waarbij de kwestie van verjaring een rol speelt. De termijn van verjaring start op het moment dat het strafbare feit is gepleegd. Er is een algemene verjaringstermijn van 20 jaar in het strafrecht. Minister Opstelten heeft een wetsvoorstel ingediend dat bij zware misdrijven, zoals verkrachting, niet meer kunnen verjaren. De aanleiding zijn de misbruikgevallen in de rooms-katholieke kerk. Die nieuwe wet geldt dan voor misdrijven die dan nog niet zijn verjaard. Voor seksueel misbruik geldt nog steeds de verjaring. De verjaringstermijn is twaalf jaar voor ontucht met een kind en twintig jaar voor verkrachting, of voor gemeenschap met een kind onder de 12 jaar. Bij seksueel misbruik van kinderen begint de termijn te lopen op het moment waarop het slachtoffer 18 jaar is geworden. Dat betekent dat jeugdige slachtoffers van seksueel misbruik dus nog jaren na het gebeurde aangifte kunnen doen.

Hoogleraar Van Kalmthout meent overigens dat het opheffen van de verjaring in het geval van seksueel misbruik niet zal werken, omdat slachtoffers eerder naar erkenning streven. Het strafrecht is daartoe niet toereikend.

Civiel recht
In dat geval zal naar het civiele recht kunnen worden gekeken om compensatiemogelijkheden te onderzoeken. Dat is weliswaar geen erkenning van het misbruik, maar wel van de geleden schade. Bij seksueel misbruik is sprake van een ‘onrechtmatige daad’ op basis van het Burgerlijk Wetboek. Er kunnen claims worden ingediend waarbij de rechter wordt gevraagd tot het vergoeden van immateriële en materiële schade (bijv. de kosten van therapeutische begeleiding). Een civielrechtelijke procedure maakt meer kans indien de schuld door een strafrechter is vastgesteld.
Kerkelijk recht
In het kerkelijk recht zijn ten slotte eveneens bepalingen opgenomen over misbruik door mensen in het ambt. Binnen de RK Kerk geldt dat seksuele met minderjarigen als een zeer ernstig vergrijp. Uit 1962 stamt het ‘Crimen Sollicitationis’, dat lange tijd een geheim document was. Uit 2001 stamt de brief van de Congregatie van de Geloofsleer ‘de delictis gravioribus’ over de omgang met het misbruik. In dit document staat dat ieder geval van misbruik aan de congregatie moet worden voorgelegd, maar er is geen verplichting het ook aan gerechtelijke instanties te melden. Het Murphy-rapport dat verscheen naar aanleiding van het seksueel misbruik in Ierland beschrijft dat de straffen die door het canoniek recht waren gesteld, niet werden toegepast.

Tevens komt naar buiten dat de kerk niet streng straft, maar rekening houdt met veel verzachtende omstandigheden. Recent is de kerkelijke wetgeving verscherpt. Onder druk van buitenaf verschijnt een website van het Vaticaan waarin alle kerkelijke wetgeving is verzameld met de actuele richtlijnen. Zo is de verjaringstermijn verlengd naar 20 jaar. In de recente jaren betalen bisdommen in de VS, Ierland, Canada, Australië miljoenen aan schadevergoedingen en proceskosten. Ook in Duitsland, België en Nederland wordt nagedacht over geldelijke vergoedingen voor slachtoffers. In sommige landen, zoals Frankrijk, is een meldplicht. Dat sluit aan bij recente richtlijnen van het Vaticaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here