Verschillende vrienden op Facebook gaan veertig dagen ‘offline’ . In de Vastentijd nemen ze afstand van sociale media om ruimte te maken voor bezinning. Dat zet mijzelf ook aan het denken. Hoe ga ik, hoe gaan wij met sociale media om?

Katholiek gedrag online?

De afgelopen tijd ben ik veel onbeschofte berichten tegengekomen van mensen die zich als katholiek profileren. Van sommigen zou je dat niet verwachten door bijvoorbeeld hun ambt en morele verantwoordelijkheid. De reacties op elkaars berichtgeving zijn ongenuanceerd, met gestrekt been op de man. Dan denk ik: vertegenwoordigen jullie de katholieke kerk? Zo kwam ik onlangs een foto tegen van een kloosterling die een kind gedoopt had; hij had zijn habijt en stola om, maar geen onderkleed (albe). Hij kreeg hierop een reactie van een collega die niet mals was. Of de kloosterling nou wel of geen albe had moeten dragen – die discussie wil ik niet aanhalen. Maar dat we elkaar kritiek geven zonder een gewoonte te bevragen, dat we elkaar zo hard aanpakken, kan dat niet anders?

We zijn allemaal heel handig met de mail en een smartphone is nauwelijks uit het leven weg te denken. Wie onaardig wil reageren, kan dat ook doen met een persoonlijk berichtje of belletje. Dan stelt de aanklager zich open voor een directe reactie, wie weet dialoog. Bovengenoemde katholiek vond het kennelijk prettiger om zijn onvrede met de wereld te delen en zijn “gesprekspartner” aan de schandpaal te hangen.

Onder vier ogen

Het lijkt makkelijk om elkaar terecht te wijzen op ogenschijnlijke fouten, maar moeilijk om – ook online –  elkaars verschillen te accepteren. We staan allemaal anders in het geloof, maken ons allemaal onze eigen voorstelling van een hechte relatie met God. Maar verschillen uitvechten, wil onze lieve Heer dat? Afgezien daarvan, wat voor imago van de katholieke kerk en katholieken creëren we daarmee? Of kennen katholieken geen aantrekkelijk, christelijk alternatief voor het mainstream bekvechten? Zijn we niet gezonden om één van ziel en één van hart de boodschap van liefde onder de mensen te verkondigen?

Of we nou online blijven of offline gaan tijdens de veertigdagentijd, ik hoop dat we na deze tijd van bezinning ook online herboren worden. Wie het dan weer ergens grondig oneens over is, zou zich – voor het plaatsen van een kreet – de volgende reactie van Mattheus 18:15-18 kunnen indenken: Wanneer uw broeder gezondigd heeft, wijs hem dan onder vier ogen terecht’. Of er sprake is van ‘zonde’ is natuurlijk maar de vraag. Maar dat het beter is om frustraties onder vier ogen te communiceren, daarover zou toch zelfs geen discussie meer over mogen bestaan.