Op 29 juni jl. heeft kardinaal Peter Turkson, prefect van de “dicasterie voor de bevordering van de gehele menselijke ontwikkeling”, een boodschap uitgebracht met het oog op ‘World Tourism Day’ 27 september aanstaande. Het thema dit jaar is: Duurzaam toerisme: een middel voor ontwikkeling.

Toeristen onder vuur

Toeristen liggen de laatste tijd onder vuur, omdat de bewoners van de toeristische gebieden hen als een overlast ervaren. Ze overspoelen hun leefgebied en leven zich uit, als grenzeloze, opdringerige en onverantwoordelijke consumenten. Misschien is er echter onderhuids nog wel meer wantrouwen tegen die lui die aan het toerisme verdienen. Zij veranderen, met hulp van de overheid, hun leefgebied stukje bij beetje in een toeristisch resort, met hotels, B&B’s, wandelroutes, een oude kerk (met concerten), en natuurlijk ontelbaar veel terrasjes en eetgelegenheden. Wat er aan de buitenkant schoon en opgeknapt uitziet, wordt door de bewoners ervaren als vervuiling van hun milieu. Wat is hier aan de hand?

Authenticiteit en comfort

De Tilburgse filosoof Ruud Welten schreef in 2013 een boek over het toerisme, Het ware leven is elders, waarin hij de dubbelzinnigheid van het huidig toerisme beschrijft. Aan de ene kant is het goed om op reis te gaan, andere mensen en hun leefgewoonten te leren kennen, en daarmee hun en jouw eigen leven te verrijken. Maar omdat de toerist, behalve naar authenticiteit, ook altijd zoekt naar comfort – en omdat hij of zij geld te besteden heeft – heeft de markt de reisbestemmingen aangepast aan de wensen van de toerist. De lokale bevolking wordt ondertussen geacht tegenover de toerist gastvrij te zijn, behulpzaam en bovenal: authentiek.

Kardinaal Turkson schrijft dat vakantie niet een periode is om je ergens anders, waar je geen verantwoordelijkheden hebt, uit te leven ten koste van de lokale bevolking. Integendeel, vakantie is bedoeld als een “nobele tijd”, een uitgelezen moment om mensen te ontmoeten. Niet de mensen moeten authentiek zijn, maar de ontmoetingen. En in echte ontmoetingen wordt het leven van zowel de toerist als de lokale bevolking verrijkt. Die verrijking draait niet alleen om geld, maar ook om het verruimen van de blik door te leren zien met de ogen van de ander. En er is nog een voordeel: de lokale bevolking leert de eigen omgeving te zien door de ogen van de toerist, die geniet en laat zien hoe mooi de natuur en de stad eigenlijk is. Zo heeft een duurzaam toerisme volgens kardinaal Turkson drie dimensies van ontwikkeling: een ecologische, een sociale en een economische.

Een vlucht

Het toerisme lijkt op een vlucht. Zoals de vluchteling elders het goede leven zoekt, zo vlucht de toerist uit zijn of haar beperkte bestaan. Maar waar de vluchteling wanhopig probeert ontmoetingen aan te gaan, verantwoordelijkheid te krijgen en een nieuw leven op te bouwen, daar blijft de toerist zich verbergen om na een korte tijd toch weer terug te keren op zijn of haar eigen stek. Daarom blijft de toerist op de vlucht. Heel anders wordt het beeld, zowel voor de vluchteling als voor de toerist, als de vlucht wordt omgevormd tot pelgrimage. De pelgrim is onderweg naar een heilige plaats, om daar eer te bewijzen en genade te ontvangen. En de pelgrim keert terug om datgene wat hij of zij ontvangen en gegeven heeft te delen met de mensen die thuisgebleven zijn.

De vraag blijft hoe we dit gestalte kunnen geven. Maar dit moet ook een vraag blijven, en niet – zoals John Cage eens zei – verspild worden door een antwoord. Daarom nodigt kardinaal Turkson iedereen uit, toeristen, ondernemers, werknemers, bestuurders en locale gemeenschappen, om die authentieke ontmoetingen te stimuleren. Hij spreekt van tourism with a human touch, wat ik maar vertaal als toerisme met een menselijk gelaat. Het is een kleine wereld geworden; maar die wereld is wel ons gedeelde huis, waarin het goede leven een authentiek samenleven is.