De permanente diaken is in de r.k.-beeldvorming in Nederland een beetje een problematisch figuur. Hij lijkt ergens tussen een acoliet en een priester in te hangen: wel aan het altaar, maar geen celebrant, wel het evangelie lezen, maar niet het eucharistisch gebed, wel preken, maar alleen als de pastoor even geen zin heeft een preek voor te bereiden. Een eenzijdige en onterechte beeldvorming, dat zeker, maar wat is een diaken dan wel precies?

Nederige dienst

Bart Koet schetst in zijn nieuwe boek Augustinus over diakens de ontstaansgeschiedenis – als het zo mag noemen – van het diakonaat. Hij laat zien dat het Griekse stamwoord diakon niet zozeer op ‘nederige dienst’ slaat, maar op een functie van bruggenbouwer of koerier. De dominante interpretatie van de diaken als ‘nederige dienst’ heeft geleid tot ons begrip ‘diaconie’, dat veelal geassocieerd wordt met de zorg voor armen, zieken en zwakkeren. Koet laat – naar mijn inziens op overtuigende wijze – dat in de vroege kerk (met al zijn regionale verschillen) de diaken meer gezien werd als een go-in-between, zoals Koet dat zelf noemt. Een pendelaar tussen de gelovigen en de bisschop, zijn directe assistent met hun oren en ogen dicht bij de roots, die meer zien en horen dan de bisschop die op hoog niveau zijn bisdom moet managen.

Kerkorde

De vraag is hoe de diaken van nu, opnieuw midden in de belangstelling gezet door het Tweede Vaticaans Concilie, is geëvolueerd uit de diaken van de vroege kerk. Uit een korte, maar interessante verkenning van vroegchristelijke geschriften maakt Koet duidelijk dat twee verschillende kerkstructuren zich naast elkaar hebben ontwikkeld. De eerste is die van diaken-bisschop (episkopos) uit geschriften als 1 Timotheüs, Didache en 1 Clements. Koet wijst erop dat in bijvorbeeld de Didache de bisschop, diaken en diacones met elkaar in verhouding staan als God de Vader, Zoon en Geest.

De tweede structuur is de meer bekende: die van diaken-priester (presbuteros)-bisschop. Mede doordat onder Constantijn de christelijke kerk tot staatskerk werd bevorderd, sloop er een ander hiërarchisch trekje in de kerkorde, overgenomen van het (seculiere) Romeinse rijk: de cursus honorem. Deze ‘loopbaan’ (of ‘carrière’) bestond erin dat de ene (lagere) functie de kandidaat in kwestie klaarstoomt voor de volgende (hogere) functie. In kerkelijke context heeft de cursus ertoe geleid dat diakenwijding voorwaarde werd tot priesterwijding, en deze weer tot bisschopswijding. Latere werden in hetzelfde systeem ook de kleinere wijdingen toegevoegd, waarvan de subdiaken nog het meest in onze herinnering zit.

Op dit moment in het boek is Koet nog niet eens bij Augustinus aangeland, maar heeft wel in de tussentijd een moderne en leesbare introductie gegeven op het diakonaat. Eenmaal bij de kerkleraar Augustinus aangekomen, presenteert Koet diens visie op het diakonaat: diakens zijn samenwerkers, boden en gezanten. Jonge mannen die namens de bisschop rondreizen tussen verschillende bisschoppen en tussen de gelovigen en de lokale bisschop. Ze staan naast de gelovige, net zozeer als ze naast hun bisschop-vader staan. Ze zijn echte verbindingsofficieren: van allebei de werelden nemen ze iets mee naar de andere kant.

Imprimatur

Bart Koet is hoogleraar Nieuwe testament en Vroegchristelijke Letterkunde aan de Tilburg School of Catholic Theology. Bovendien is hij als permanent diaken verbonden aan het bisdom Haarlem-Amsterdam. Een perfecte combinatie om te schrijven over het diaconaat, in verleden en heden. Koet is goed thuis in kerkelijke kringen. Het boek is opgedragen aan mgr. Van Burgsteden; het nihil obstat is van de Jezuïet Van Banning en het imprimatur van mgr. Hendriks. Het boek ademt echter geenszins clericalisme uit.

De belangrijke verdienste van dit boek ligt er mijn inziens in dat Koet het (permanent) diakonaat op een laagdrempelige manier opent voor een breed publiek. Van het clichébeeld van de diaken als ‘halfwaspriester’ blijft niets meer over. Je zou er haast diakenroeping van krijgen. Misschien nog een boek over de geschiedenis en de moderne relevantie van diaconessen?

Op de website van Parthenon is een inkijkexemplaar beschikbaar.