Franciscus van Assisi staat in de belangstelling, ook al vanwege de paus die zijn naam aannam. Museum Catharijneconvent speelde hier goed op in met de tentoonstelling waarover we al eerder schreven. Over het algemeen is er minder aandacht voor de catalogi die bij dergelijke tentoonstellingen verschijnen. Maar dat is vaak niet terecht. Tentoonstellingscatalogi hebben zich ontwikkeld van lijsten van getoonde objecten tot – in veel gevallen – publicaties die hun waarde houden lang nadat die objecten zijn teruggegeven aan de bruikleengever of teruggebracht zijn naar het depot.

De catalogus bij ‘Franciscus van Assisi’ is daar een goed voorbeeld van. Henk van Os zet in deze catalogus nog eens uiteen welke gestalten de heilige door de eeuwen heen heeft aangenomen en er is uitgebreid aandacht voor afbeeldingen van Franciscus in de verschillende stijlperiodes en in de volkskunst. Daarbij worden ook afbeeldingen gebruikt die niet op de tentoonstelling konden worden getoond, wat het boek nog meer waarde geeft.

In het verhaal van Van Os valt op dat Franciscus al heel snel ‘ingekerkt’ is: dat wil zeggen dat de rooms-katholieke Kerk benadrukte dat hij altijd binnen de kerkelijke kaders bleef.

De vraag is wie Franciscus werkelijk was is natuurlijk moeilijk te beantwoorden, maar de bijdragen van twee theologen geven toch een helder beeld van hem. Gerard Pieter Freeman kijkt met een kritische blik naar de vroegste gegevens over Franciscus. Vanaf het begin legt elke schrijver zijn eigen accenten. Daaruit en uit de eigen geschriften van Franciscus valt een kernboodschap te halen die vooral sociaal en religieus is: Franciscus en zijn volgelingen “leefden met de armen en geloofden dat ze net als Jezus leefden”.

Frank Bosman benadrukt zijn ontregelende karakter als ‘jongleur van God’, maar tegelijkertijd verzet hij zich tegen pogingen om Franciscus dan maar helemaal uit de Kerk te lichten. Het beeld van de perfecte post-moderne heilige die niets met het instituut Kerk te maken heeft, klopt volgens hem niet. Zijn Zonnelied is een lofprijzing op de schepping, maar de versregel ‘wee hen die sterven in doodzonde’ hoort er ook bij.

Hij past in een traditie van heilige dwazen, maar ook in de christelijke traditie. Die twee sluiten elkaar niet uit: denk maar aan de uitspraken van Paulus over de dwaasheid van het christelijk geloof. Bosman legt uit hoe Franciscus in dat geloof en het bijbehorende instituut Kerk en haar traditie past. Zoals gebruikelijk op een heldere manier. Alleen het begrip ‘gedeïnstitutionaliseerd ecologisch mysticus’ zou je theologisch jargon kunnen noemen, maar hij maakt glashelder dat dit begrip niet past bij Franciscus.

F. Bosman e.a. Franciscus van Assisi, (Utrecht/Zwolle: Museum Catharijneconvent/W Books 2016), 207 p. Isbn 978 94 625 8128 9. € 24,95.