Deze week verscheen een tweeluik over de toekomst van de kerk in crisis.  Over ‘God is verhuisd’ was ik niet denderend enthousiast. Dat ben ik veel meer over de publicatie van René Grotenhuis getiteld ‘Van macht ontdaan’.

Rouwverwerking

De voormalige Cordaid-directeur weet ingevoerd en erudiet een toekomstperspectief te bieden voor de kerk in crisis. Dat doet hij met nuchtere voeten op aarde, en met een flinke theologische bagage. Als directeur van Cordaid reisde hij de wereld over en zag lief en leed in een wereldkerk met een veelkleurige mantel. Dat maakt Grotenhuis tot een gids die breder kijkt dan het krimpscenario in de lage landen.

Grotenhuis beschouwt de afkalving van de rooms-katholieke kerk als een proces van rouwverwerking en een oefening in loslaten. Hij haalt daarbij de psychiater Elisabeth Kübler-Ross aan. Zij onderscheidt vijf fasen van rouwverwerking. Volgens Grotenhuis zitten we nog niet in de laatste fase, die van aanvaarding. “Mij lijkt het tijd dat we de fasen van ontkenning, marchanderen, woede, verdriet en depressie achter ons laten, omdat aanvaarding ons nieuwe ruimte biedt”.

Letterlijk een ver-ademing zou ik eraan toe willen voegen. Die ver-ademing ziet Grotenhuis als de werking van de Heilige Geest, bijvoorbeeld in de benoeming van paus Franciscus. Die verademing ziet hij niet in zijn eigen bisdom Utrecht. Grotenhuis is geen fan van Eijk.

Contragewicht

De auteur ziet scherp de functioneel-logische inrichting van West-Europa met te veel nadruk op economisme, technologie en rationaliteit. Nee, zegt Grotenhuis. Dat leidende neoliberale gedachtegoed is niet de weg naar geluk en een zinvol leven.

Hij concludeert dat de relevantie van de kerk in de samenleving wordt bepaald door de mate waarin ze in staat is contragewicht te zijn van een cultuur die haar balans kwijt is.

Christelijke antropologie als antwoord

De theoloog Grotenhuis staat een omvattend mensbeeld voor: christelijke antropologie. Het christendom, aldus de auteur, biedt een omvattend beeld van mens en samenleving, zonder in de val te trappen van een blauwdrukdenken dat gedrag en inrichting van de maatschappij voorschrijft. Christelijke antropologie is geworteld in de omarming van het menselijk bestaan door God. En dat het Rijks Gods niet van ons is, maar ons wordt geschonken. Grotenhuis verzet zich in dit uitermate relevante deel van ‘Van macht ontdaan’ tegen het instrumentaliseren van de samenleving en het reduceren van de mens tot subjecten. Dat is vernietigend, en dat doet geen enkel recht aan wie wij ten diepste zijn en wat onze menselijke bestemming is. Vandaaruit kan het christendom een essentieel contragewicht zijn om de verstoorde balans in de samenleving te herstellen.

Zijn visie op christelijke antropologie is een prachtig pleidooi dat in de vergaderkamers van de bisschoppenconferentie mag worden gehoord, en opgevolgd.

‘Van macht ontdaan’ is een tweeluik met ‘God is verhuisd’. Grotenhuis slaagt beter dan Stassen/Van der Helm erin om inspiratie en motivatie door te geven om de toekomstige organisatie van de kerk vorm te geven. In zijn visie is dat een organisatie waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de zorg voor hen die tot de geloofsgemeenschap behoren en de zorg voor de presentie en bijdrage van de geloofsgemeenschap aan de samenleving. In de zorg voor de geloofsgemeenschap staat het vieren centraal. In de zorg aan de samenleving is de diaconale kracht van de kerk het middel om de dialoog met die samenleving aan te gaan. Dan gaat het over illegaliteit, vluchtelingen, discriminatie en het invullen van het christelijk sociaal denken in de praktijk. Het is een dubbele zichtbaarheid die naar meer smaakt.

God kan niet tellen

Grotenhuis eindigt met de opvatting dat God niet kan tellen. In september 2015 schreef hij voor de website DeBezieling.nl over de dyscalculie van God: “Het interesseert hem echt geen fluit of we nu met velen of weinigen in de kerk zitten – althans niet in de zin van aantallen. Het doet hem hooguit verdriet dat hij zijn genade niet meer zo goed kwijt kan. (…) Hij hoeft niet te tellen;Hij kan het niet eens. In God is geen kwantiteit, alleen maar kwaliteit.”

Dat inzicht is bevrijdend, besluit René Grotenhuis. Immers, veel kerkelijk denken is getekend door angst. Angst voor de aantallen en de veel grotere boze buitenwereld. “We moeten onze angst afleggen en in volle vrijheid, zonder harnas en wapenrusting, in het schootsvel gaan staan van de wereld, waar van alles gaande is op politiek, economisch, cultureel en spiritueel gebied.(…) Bevrijd van het gewicht van eeuwen en de zwaarte van institutionele macht, ligt het nieuwe begin bij onszelf, in ons zeggen en doen, ons spreken en handelen.”