‘Hou jij ze dom, dan hou ik ze wel arm’, zou een ondernemer in de negentiende eeuw tegen een pastoor hebben gezegd. In ieder geval werd het tweede deel van de uitspraak in 1902 bevestigd door een diplomatiek vertegenwoordiger van de Heilige Stoel in Den Haag: de katholieke werkgevers in Nederland betaalden hun arbeiders slecht; bisschoppen zoals de Haarlemse bisschop Bottemanne zwegen.

Binnen enkele jaren zou dat veranderen. Een nieuwe generatie priesters trad aan die geïnspireerd werden door de sociale encycliek ‘Rerum novarum’ van paus Leo XIII uit 1891. Van die generatie maakte Joannes Aengenent (1873–1935) deel uit. In 1928 werd hij bisschop van Haarlem.

In de jaren daarvoor had een groot netwerk opgebouwd in allerlei katholieke sociale organisaties en de praktische uitwerking van de katholieke sociale leer doordacht. Aan het seminarie van zijn diocees introduceerde hij het vak ‘sociologie’, eigenlijk maatschappijleer. Priesters moesten weten wat er in de wereld te koop was en wat er mis was.

Erik Sengers heeft de ideeën van Aengenent op allerlei maatschappelijke terreinen systematisch op een rijtje gezet. Het was niet zijn bedoeling om een biografie te schrijven. Zijn werk is een dissertatie waarin hij zich concentreert op de bijdrage die Aengenent leverde aan de organisatorische en ideologische opbouw van het Nederlandse katholicisme in de eerste helft van de twintigste eeuw.

Ten tweede beschikte Sengers niet over memoires of dagboeken van de hoofdpersoon. Niet elke historicus zou zich door dit gebrek laten afschrikken, maar Sengers heeft de juiste keuze gemaakt. Door zich te concentreren op het werk van Aengenent kon hij de vragen die hij zich stelde binnen het bestek van zijn proefschrift beantwoorden. Een echte biografie van Aengenent kan er altijd nog komen.

In de bestaande literatuur komt Aengenent er bekaaid af. De vorige generatie katholieke historici beschouwde hem als een typische vertegenwoordiger van de tijd van de verzuiling: intellectueel onder de maat, de blik naar binnen gericht en voortdurend bezig de katholieken van de rest van de wereld af te zonderen. Dat in tegenstelling tot de werkelijke sociale voormannen van de katholieken, zoals Alphonse Ariëns.

Sengers rekent af met dit beeld van Aengenent als een hoeder van makke schaapjes. De katholieke organisaties waren nodig om de gelovigen te vormen en mondig te maken zodat ze hun rol konden spelen in de maatschappij, samen met andersdenkenden. Ook stond hij volledig achter Rerum novarum, bijvoorbeeld de plicht van de overheid om de arbeiders een fatsoenlijk loon te garanderen. Dom en arm wilde hij zijn gelovigen dus beslist niet houden.

De visie van de rol van de Kerk in de maatschappij zoals mensen zoals Aengenent die zagen, vinden we nog terug in het beruchte bisschoppelijke mandement van 1954. Hierin werd lidmaatschap van socialistische organisaties voor katholieken uitdrukkelijk verboden. Het leidde tot een storm van kritiek, terwijl het doel van het mandement eigenlijk was om de positie van de katholiek in de maatschappij te bevestigen op de manier zoals Aengenent die had uitgezet.

Maar die visie begon toen al uit de tijd te raken. Het is de tragiek van Aengenent dat hij daardoor als een irrelevante figuur werd beschouwd.

Sengers heeft hem zijn plaats in de geschiedenis teruggegeven door na te gaan welke zijn ideeën waren en hoe die in de context van zijn tijd begrepen moeten worden. Hij doet dat zonder heimwee naar de tijd waarin het rijke roomse leven bloeide. Nuchter constateert hij dat de tijden veranderd zijn:

“Met de verkruimeling van de kerk en de katholieke sociale organisaties in onze tijd lijkt het program van Aengenent, dat zo bepaald was door de katholieke emancipatie definitief verouderd. Wat actueel blijft zijn de thema’s die hij in zijn sociologie heeft uitgewerkt, en de politieke weg die hij heeft gekozen voor de uitwerking van die thema’s: katholieke sociale leer gaat over de concrete situaties en problemen van mensen die in een politiek context opgelost dienen te worden.”

Sengers noemt kwesties als de ontoereikende sociale voorzieningen voor het groeiend aantal zelfstandigen, de groei van de kloof tussen arm en rijk, het verdwijnen van banen door robotisering, het optreden in een pluralistische staat tegen totalitaire ideologieën. “Dat zijn de vragen waar het in onze tijd over gaat en waarop op basis van de katholieke sociale uitgangspunten praktische en politieke oplossingen geformuleerd kunnen en dienen te worden, die vooruitwijzen naar de komst van het Rijk van gerechtigheid en vrede.”

Erik Sengers, Roomsch socioloog – sociale bisschop. Joannes Aengenent als ideoloog en bestuurder van de katholieke sociale beweging, 1873–1935 (Hilversum: Verloren 2016), 290 p., € 29,-, ISBN: 978–90–8704–574–6.