Magere biografie van een heldhaftige aartsbisschop

0
1088

Wat was tijdens de Tweede Wereldoorlog de beste houding: openlijk, assertief verzet tegen de nazi’s, of proberen via stille diplomatie zo veel mogelijk levens te redden? Die vraag leefde sterk in de top van de katholieke hiërarchie. Ook in de biografie Kardinaal De Jong, geschreven door Henk van Osch, speelt deze vraag.

Paus Pius XII koos voor de tweede optie en redde volgens historicus Pinchas Lapide honderdduizenden Joden het leven. De Jong koos voor een andere koers, namelijk die van expliciet verzet. Hij noemde de Duitsers in een publicatie uit 1943 ‘onze vijand’. Daarmee symboliseerde hij het verzet vanuit christelijke kring. Alleen al dat maakt hem interessant genoeg voor een biografie.
Vlak na het overlijden van De Jong schreef H.W.F. Aukes een biografie, die in enkele opzichten meer op een heiligenleven lijkt. Onlangs verscheen een tweede boek, geschreven door de gepensioneerde huisarts Henk van Osch. Hierin is er meer kritische afstand tot de kardinaal.

Van Osch heeft grondige archief- en literatuurstudie gedaan en zet in 300 pagina’s een portret neer vanaf De Jongs wieg, die op Ameland stond, tot aan zijn overlijden in Amersfoort, tien jaar na het einde van de oorlog die hem tot een held maakte.

Gotische kardinalen

Jan de Jong komt tot leven in deze biografie, die begint met zijn jonge jaren op het geïsoleerde Waddeneiland waar hij opgroeide. Hij stond onder sterke invloed van de lokale pastoor, die er sterk op aandrong dat Jan op het vasteland naar het seminarie ging. De jonge Fries kon goed leren en vervolgde zijn studie in Rome, waar hij in de filosofie en theologie promoveerde.

Hier geeft Van Osch via de woorden van De Jong een mooi inkijkje in de katholieke wereld van het begin van de vorige eeuw.  ‘Als je in Rome doctor in de theologie of filosofie bent, sta je als een middeleeuwer verwonderd in de twintigste eeuw te kijken’, zei De Jong. Het waren de hoogtijdagen van de studie van Thomas van Aquino, die het antwoord van de kerk vormde op de seculiere filosofische stromingen die voortbouwden op de Verlichting. De kerk was door en door verzuild, niet alleen in Nederland.

Terug in ons land werd De Jong pastoor van de Sint Franciscus Xaveriusparochie in Amersfoort en enkele jaren later docent aan het seminarie in Rijsenburg. Vooral in die laatste rol bloeide hij op. Niet dat hij een goede docent was: hij was een slechte spreker en didacticus en verhaspelde continu allerlei termen. Zo kon hij spreken over ‘buikdoten’ en ‘gotische kardinalen’. Het rustige, intellectuele klimaat beviel hem echter zeer. In deze tijd schreef hij vele publicaties, waarvan zijn vierdelige Handboek der Kerkgeschiedenis de belangrijkste is.

Oorlogstijd

Tot ieders verrassing werd De Jong in 1935 hulpbisschop coadjutor in het aartsbisdom: op den duur moest hij dus de toenmalige aartsbisschop, Johannes Jansen, die al ernstig ziek was, gaan opvolgen. Jansen overleed een jaar later. Volgens Van Osch was de keuze voor De Jong ingegeven door de groeiende dreiging vanuit nazi-Duitsland. Men gaf daardoor geen prioriteit aan een goed bestuurder, maar wilde liever iemand die kon getuigen. En daar zag men De Jong wel toe in staat.

Toen de oorlog uitbrak, besloot De Jong op zijn post te blijven. Terwijl Wilhelmina vanuit Londen een stem gaf aan het verzet, deed de aartsbisschop hetzelfde – maar dan in bezet Nederland. Katholieken mochten zich niet inlaten met de bezetter of met de collaborerende NSB. Keer op keer vaardigde De Jong hiertoe instructies uit – onder andere een verbod aan de katholieke pers, om advertenties van nationaalsocialistische clubs te plaatsen.

Dat was geen geringe prestatie en dit verzet bracht grote gevaren met zich mee. Zo arresteerde de bezetter in 1942 in reactie op uitlatingen van De Jong 245 tot het katholicisme bekeerde Joden. Een van hen was de filosofe Edith Stein, die niet veel later vergast werd in Auschwitz. Ook de karmeliet Titus Brandsma betaalde met zijn leven, toen hij orders van De Jong aan het verspreiden was over heel Nederland.
Heeft dit de aartsbisschop niet in gewetensnood gebracht? Heeft hij nooit de stille diplomatie overwogen als alternatief voor zijn vocale verzet? Helaas lezen we hierover in deze biografie weinig. Van Osch impliceert dat stille diplomatie geen legitieme keuze was en stelt geen kritische vragen bij de houding van De Jong. Dat is een zwak punt van deze biografie.

Daarnaast komt de katholieke kerk er als geheel ook niet goed vanaf. Paus Pius XII wordt neergezet als symbool van fout katholiek beleid: niet alleen de stille diplomatie tijdens de oorlog, maar ook de houding tegenover fascistische partijen voor de oorlog was verkeerd, zo lijkt Van Osch te zeggen. De katholieke kerk heeft zelfs de weg bereid voor Hitler, zegt hij. Hiervoor baseert hij zich helaas op de atheïst Dirk Verhofstadt, wiens visie op de rol van de katholieke kerk in de Tweede Wereldoorlog tamelijk omstreden is. Af en toe kijkt Van Osch helaas te weinig kritisch naar zijn bronnen.

Inquisitie

Ook de structuur van de biografie is helaas niet heel sterk. Het chronologische betoog wordt onderbroken door twee hoofdstukken waarin Van Osch de publicaties van De Jong samenvat, zonder deze verder van context te voorzien. We lezen dat de aartsbisschop de inquisitie verdedigde en de moord op Willem van Oranje goedpraatte. Zonder historische context is deze houding tamelijk bizar. Met context wellicht ook, maar dan heb je als biograaf in ieder geval je best gedaan om je hoofdpersoon te begrijpen.

Geen heel goede bio

Kardinaal De Jong is dus een goed gedocumenteerde, maar toch geen heel goede biografie. Het grote voordeel van dit boek is dat we nu eindelijk kunnen lezen over deze voor Nederland zo belangrijke katholiek. Op het gebied van duiding en verhaalstructuur schiet het verhaal van Van Osch echter tekort. Daardoor bevredigt deze biografie niet.