Pelgrimage als vredesengagement, yes we can

0
804

Vorige maand verscheen ‘Kom en zie’, het nieuwste boek van de katholieke socioloog/theoloog Gied ten Berge over geëngageerd pelgrimeren naar het Heilig Land en Palestina. Een boeiend relaas over een politiek geladen inhoud.

Helemaal blanco kun je het onderzoek van Ten Berge naar pelgrimage naar het Heilig Land absoluut niet noemen. Ten Berge is decennia lang betrokken bij het vredeswerk in het Midden-Oosten via IKV, Pax, Sabeel, Kairos Palestina en Kerk in Actie en die levensgeur doordringt ‘Kom en zie’.

Is dat erg? Neen, integendeel.

Hierdoor lees je de publicatie door de ogen van een expert die weet waar hij het over heeft en langs alle klippen heen genuanceerd het joods-palestijnse conflict benadert.

Dat geeft ‘Kom en zie’ veel meerwaarde. Want pelgrimeren naar de geboortestreek van Jezus Christus is niet alleen een geloofspelgrimage. Ook niet alleen een toeristische reis (van blijmoedig tot oorlogsgerelateerd toerisme, ‘atrocity heritage tourism’). Ten Berge duidt deze pelgrimagevormen en onderzoekt een derde tak van de pelgrimssport. Een tak die hij ‘contextuele pelgrimstheologie’ noemt. Je komt dan op het spoor (op het pelgrimspad zo je wilt) van pelgrims als vredesstichters met een boodschap.

Het boek is opgezet als een onderzoek. Een methodologisch enigszins opmerkelijke keuze is dat Ten Berge voor een case study kiest waar hij zelf onderzoeker én deelnemer is. Daarmee zou je kunnen veronderstellen dat de uitkomsten gekleurd zijn. Door het vooral beschrijvende ervaringen van het boek valt die inkleuring reuze mee.

Vooral treffend zijn de verhalen van de deelnemers, Ab, Pieter, Nella, Tammo, Jelle, Lennard, Elisa, Hans, Adrienne, Henriëtte en Nadine. Iedere ervaring wordt chronologisch gebracht. Eerst iedereen vooraf, dan iedereen op de vooravond van de terugreis. Dan iedereen drie maanden later en weer iedereen twee jaar later.

Is daarmee ‘Kom en zie’ een leesbaar geheel geworden? Nee, niet helemaal. De verhalen van de deelnemers volg je waarschijnlijk beter als de auteur ervoor had gekozen iedere ervaring (vooraf, tijdens, nadien) per persoon had beschreven. Nu komen de ervaringen gefragmenteerd door, en moet je soms terugbladeren naar eerdere delen om de draad op te pakken.

Ook schuwt Ten Berge het jargon niet. Sumud, Nakba, dark tourism, terrena, civitatis diaboli, war-related. Dit draagt niet bij aan de leesbaarheid. Zeker in het eerste deel waarin hij theorie en onderzoek beschrijft verliest hij zich nogal in overbodige vertalingen. Het gebruik van Duitse, Engelse en Arabische termen, cursief gezet door de uitgever, maakt het boek voor een niet-ingevoerde lezer lastig. Soms wordt een Nederlandse vertaling onnodig voorzien van de oorspronkelijke Engelse term. Doublures. Waarom toch?

Het derde deel (na de theorie en de ervaringen een ‘theologie van het pelgrimeren’) is inspirerend en voor Kairos-mensen ook herkenbaar. Ten Berge werkt het begrip ‘pelgrimage van vrede en gerechtigheid’ uit langs theologen als Sölle en Augustinus. Hij definieert niet alleen, hij verklaart, duidt en vult zijn interpretaties in.

In zijn slotbeschouwing ziet Ten Berge een evolutie van pelgrimages (en pelgrims). Naast sociaalwetenschappelijk en cultureel is er een theologische dimensie, waarbij de schrijver vooral de grensgangers ‘een missie voor vrede, gerechtigheid en verzoening’ meenemen naar het Heilig Land. En weer terug, naar de eigen habitat. Pelgrimeren met een boodschap doe je in meerdere richtingen: naar boven, naar binnen, naar buiten en naar de ander.