Van der Vens ‘Hoog feest voor Paars’ snel vergeten

0
947

Van sommige boeken vraag je je af waarom ze verschijnen. Dat geldt ook voor ‘Hoog feest voor Paars’ van de gepensioneerde Trouw-journalist Pieter van der Ven. Het boek wil drie problemen bespreken ‘waar niemand ooit over heeft nagedacht’. Prima, maar val daar dan niemand mee lastig.

De auteur Pieter van der Ven (1943) werkte bijna 30 jaar bij dagblad Trouw op de redactie ‘Kerk’, later ‘Religie & Filosofie’. In 2007 ging hij met pensioen. De meeste pensionado’s krijgen dan de tijd van hun leven. Van der Ven wijdde zijn vrije uren aan het bestuderen van honderden bisschopsmotto’s.

De hoofdmoot van het boek gaat over bisschoppelijke lijfspreuken en wapens. Dat is een alleraardigst onderwerp om eens een verdiepende en verklarende publicatie van te maken. Ik kan mij voorstellen om iets over de ontstaansgeschiedenis van de lijfspreuken, de ontwikkeling en de kwaliteit te willen lezen.

Als pensionado heeft de auteur maar liefst een kleine duizend motto’s verzameld, grotendeels via twee Amerikaanse websites en via Wikipedia. Hij gaat vooral in op de kwaliteit van de spreuken. Zijn conclusie: 99,9% van de bisschopsmotto’s zijn waardeloos.

Van der Ven is in zijn bespreking jammer genoeg sarcastisch en zelfgenoegzaam. Hij lijkt de motto’s te gebruiken om een persoonlijke mening te ventileren. Hij vindt dat bisschoppen niet over hun eigen lijfspreuk mogen gaan. Nee, dat moet een prijsvraag worden. Hij vindt dat bisschopsmotto’s ‘een stoot onder de gordel, pepper in de behind van de nieuwe bisschop zelf’ moeten zijn. En geen persoonlijke inspiratie of reflectie.

Ellenlange verhandelingen volgen waaraan een motto in de ogen van de schrijver moeten voldoen. Zijn conclusie: “Zo veel duizenden spreuken hebben te lijden van wezel en kwezel, mat en plat, vroom en sloom, flets en flauw”. Dat is nou niet echt een charme-offensief. Ok, daarna volgen wat positieve verwoordingen en geeft Van der Ven tips voor ‘halfwas bisschoppen’.

Van der Ven behandelt naast bisschopsmotto’s ‘andere vergeten groenten’ uit de rooms-katholieke kerk: de wijding van Nederlandse bisschoppen en misstanden in de top van het Vaticaan. Waarom hij drie zeer uiteenlopende thema’s in een kaft verzamelt – waarvan er twee erbarmelijk zijn uitgewerkt – is een volstrekt raadsel.

Om het boek te vullen heeft Van der Ven kleine bio’s tussen de bisschopsmotto’s geplaatst. Wat die aan het boek toevoegen is nog zo’n raadsel. Hij haalt bisschoppen aan die ‘etterende zweren zijn’, die uit het ambt zijn gestapt, die in de lekenstand moeten worden teruggezet, die lijden aan smetvrees, die als enfant terrible door het leven gaan of die gekwalificeerd kunnen worden als ‘paard van Troje’. Er is op het oog geen relatie met bisschopsmotto’s te ontdekken.

Ja, toch een. Daar kom ik straks op.

Hoofdstuk 2 gaat over een ‘nooit door iemand gesignaleerde doodzonde van bisschop B.J. Alfrink anno 1951’, met op de achterzijde het urgente ‘de tijd dringt om deze misstap te herstellen.’ De doodzonde is dat Alfrink voor zijn wijding een beroep deed op ‘een of andere suffragane onderknuppel’ – Van der Ven bedoelt de toenmalige internuntius Paolo Giobbe – bij bisschopsbenoemingen. En daardoor zouden we nu met een inferieur bisschoppencollege zitten dat alleen kan worden hersteld door Indonesische missionarissen te laten terugkeren.

Het derde en laatste hoofdstuk heet ‘Aantekeningen bij paus Franciscus’. En ja hoor, Van der Ven vindt gelijk een smetje op het blazoen van de huidige paus: de heiligverklaring van paus Johannes Paulus II, die Van der Ven onder meer beticht van nepotisme. OK: afrekenen met wie je wilt mag, maar waarom vermoei je mij als lezer daarmee?

Een paradijs aan antikatholieke meningen tiert welig in ‘Hoog feest voor Paars’. Van der Ven vindt veel en hij vindt vooral de katholieke kerk een tombola van gemankeerde opvattingen en gelovigen. Van der Ven tracht de ironische pen daarbij te gebruiken, maar ironie werkt pas als je de nuance en respect weet te behouden.

Is er dan geen enkele rode draad te ontdekken in dit? Toch wel. Van der Ven rekent af. Heel ‘Hoog feest voor Paars’ is erop gericht bisschoppen weg te zetten en de kerk belachelijk te maken.

In het voorwoord schrijft Van der Ven over zijn ratjetoe aan onderwerpen. ‘Hebben deze drie hoofdstukken een gemeenschappelijke noemer? Alle drie mogen wij rekenen tot het terrein van ‘nutteloze roomse kennis’. En dat is de spijker op zijn kop: je kunt dit nutteloze boek probleemloos links laten liggen.