Advent: verwachting… maar waar wachten we nu eigenlijk op?

0
692
Lege straat

Eenieder die zich laat onderrichten over de betekenis van de liturgische tijden in het christendom, zal leren dat de Advent de tijd van ‘verwachting’ is. We wachten op de wederkomst van Jezus, uitmondend in zijn geboortefeest. Kerstmis dus.

door Hans-Peter Bartels

In veel landen, waaronder de Duitstalige, is het steeds meer verworden tot een ‘lange aanloop van Kerst’… Kerstmarkten, bijeenkomsten waar de kerstsfeer al vanaf druipt. Ik heb daar niets op tegen, hoor. Integendeel. Ik houd er wel van. De Advents- en Kersttijd vind ik de mooiste kerkelijke tijd van het jaar.

Het stukje ‘verwachting’ lijkt een beetje op de achtergrond gedrukt. Laatst had ik het er met mijn medebroeders over in een bezinning rond een gedeelte van het Evangelie waarin Jezus ons oproept altijd waakzaam te zijn, omdat we dag noch uur van zijn wederkomst kennen. Leven wij – ja, zelfs wij religieuzen, wel met het idee ‘het kan elk moment zover zijn?’ Niet heel bewust. Ik schrijf deze column en ga er geheel en al vanuit dat hij straks online komt op de website. En vanmiddag heb ik een belangrijke afspraak. Ik leef al dagen in de verwachting dat deze doorgaat.

Maar net als zoveel dingen is dit jaar wel alles anders. We hebben met zijn allen weer geleerd wat ‘hunkeren naar betere tijden’ écht betekent, net als ‘leven in verwachting.’ Met zijn allen zien we verlangend uit naar een vaccin tegen het coronavirus, dat ons zoveel leed heeft gebracht. En daarmee is deze Advent echt een tijd van verwachting.

En net als Jezus is een coronavaccin een twistappel tussen de mensen: laat jij je wél of niet vaccineren? Persoonlijk sla ik die discussie met stomheid gaande. Wat een vraag. Natúúrlijk laat ik mij vaccineren! Met religieuze bezwaren tegen vaccineren heb ik nooit iets gekund. Hoezo is dat ingaan tegen Gods wil? God probeert ons, als Goede Vader, aan alle kanten juist te helpen en ons het goede te geven. Godzijdank leven we nu in een tijdperk waarin het ons lukt om in recordtempo een vaccin te ontwikkelen. Alle methoden en technieken die daarbij geholpen hebben, hebben we uiteindelijk van en door God gekregen.

Maar los daarvan: hoe eerder wij terug kunnen naar een tijd waarin we niet angstvallig met mondkapjes op, onszelf tegen de muur drukken om maar niet binnen elkaars anderhalve meter te komen; en hoe eerde wij terug kunnen naar een tijd waarin we, zonder angst en beven, dierbaren een knuffel kunnen geven, des te liever toch?

Maar ondertussen gaan de berichten nog steeds ‘heen en weer’. Wanneer staat de Europese Medicijn Agentschap (EMA) ons toe het te gebruiken? Kijk, natuurlijk moeten we aan een Poetiniaans Rusland en een Trumpiaans Amerika geen voorbeeld nemen in deze tijden. En met het Verenigd Koninkrijk onder Johnson heb ik ook weinig op. Maar, aangezien ik weet dat er voldoende Britten rondlopen die wél gewoon normaal nadenkend zijn… vind ik het onverklaarbaar dat ze daar de eerste vaccins allang geplaatst hebben, terwijl in Nederland – als er de waarheid wordt gesproken – nog geeneens een levering is aangekomen.

Heb ik nou eindelijk een (oh, gruwel) voordeel van Brexit ontdekt? Of is het een bewuste keuze van de Nederlandse regering te verzwijgen dat de vaccins er allang zijn, omdat ze bang zijn dat ze gejat worden of door antivaxxers de opslag in de brand worden gestoken? Maar, oh mijn hemel, dat klinkt me weer te veel naar een complottheorie.

Nou ja. Het enige wat we kunnen doen is de Advent daar voor gebruiken waarvoor hij bedoeld is: leven in hoop en verwachting. Al kijken we dit keer niet alleen uit naar Jezus’ wederkomst, maar ook naar de verlossing van deze pandemie. Stille hoop heb ik, dat in de avond van 24 december de eerste vaccins in Nederland zullen aankomen. Dat zou passend zijn. Maar ja… afwachten maar. Als we volgend jaar Kerst maar weer een beetje normaal kunnen vieren… dat zou al heel wat zijn. Maar dat zal toch wel?

Vorig artikelPlant van de maand: de hulst
Volgend artikelOverweging: Hij die komt…
Br. Hans-Peter Bartels ofm studeerde cultureel erfgoed aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten/Reinwardt Academie en deed een cursus journalistiek en nieuwe media. Hij was medewerker educatie, publieksactiviteiten en communicatie in diverse musea. Voor zijn orde is hij (mede) verantwoordelijk voor de communicatie. Hij schrijft voor zes Nederlandse en Vlaamse (franciscaanse) tijdschriften, werkt mee aan het maken van voorbeeldvieringen door Berne Media en ontvangt de gasten in het Megense minderbroedersklooster.