Vers voor de Zondag: 27 juni

0
314
Meisje in zonlicht

In onze rubriek ‘Vers voor de Zondag’ blikken we vooruit op de eucharistieviering  van de aanstaande zondag (of feestdag): wat vertelt het Evangelie ons? Om wat voor thema draait deze viering? Wat zou je kunnen doen om dit te onderstrepen?

13e zondag door het jaar

Geloof doet leven

Geloven is vertrouwen. Vertrouwen is je overgeven aan iets of iemand die nog niet heeft laten zien dat hij, zij of het of je vertrouwen waard is. Je bent dus nooit je leven zeker. Maar je weet pas dat het werkt als je je hebt toevertrouwd. Het is één grote paradox. Het helpt wel wanneer je mensen om je heen hebt, ook mensen die getuigen van anderen die die stap van vertrouwen, van geloven hebben gezet. In verhalen komen die mensen aanwezig. Zulke verhalen krijgen we vandaag.

Exegetische notities Evangelie

Marcus 5,21-43 of 21-24.35b-43

Het evangelie van vandaag is geschreven volgens de ‘sandwichformule’: een verhaal wordt omgeven door een ander verhaal. Door een aantal overeenkomsten zijn de twee verhalen met elkaar verbonden en versterken elkaar in hun betekenis.

Marcus vertelt eerst over de synagogeoverste Jaïrus die de hulp van Jezus nodig heeft voor zijn ernstig zieke dochter. Ze is nog jong, twaalf jaar pas. Jezus gaat direct met hem mee, omringd door een grote menigte die wil zien wat er gaat gebeuren.

Terwijl Jezus op weg is begint Marcus in vers 25 met een ander verhaal. Dat vertelt over een oudere vrouw die al twaalf jaar aan bloedvloeiingen lijdt. Zij vraagt niet eens aan Jezus om haar te helpen maar hoopt door zijn kleding aan te raken toch genezen te worden. En inderdaad, haar kwaal is direct weg. Jezus heeft wel gevoeld dat zijn kleding is aangeraakt. Heel voorzichtig bekent de vrouw dat zij het was die zomaar ongevraagd de kracht van Jezus heeft aangesproken. Jezus spreekt haar aan met ‘dochter’ en bevestigt haar genezing: uw geloof heeft u genezen. De vrouw krijgt de eer voor haar genezing.

In vers 35 keert Marcus weer terug naar het verhaal over de dochter van Jaïrus. Ze blijkt zelfs al gestorven te zijn. Kan Jezus hier nog iets betekenen? Maar die stelt de overste gerust: blijf geloven! Met slechts enkele leerlingen en de ouders van het meisje gaat hij naar haar toe. Hij raakt bewust de hand van het meisje aan en spreekt in het Aramees tot haar: Talita koemi, meisje sta op! Het meisje blijkt genezen te zijn, staat direct op en gaat eten. Ze leeft dus echt.

In dit evangelie spelen twee vrouwen de hoofdrol. Een meisje met een zeer bezorgde vader en een eenzame oudere vrouw. Het meisje is twaalf jaar en bijna volwassen, maar zo ziek dat haar leven ophoudt. De oudere vrouw leed al twaalf jaar aan een kwaal die haar leven had stilgezet. Ze was bij leven al uitgestoten alsof ze dood was. Bloedvloeiingen maakten haar volgens de joodse regels onrein, waardoor ze bepaalde contacten moest vermijden en niet zomaar de tempel kon bezoeken. De vrouw raakt Jezus’ mantel aan en geneest direct terwijl de menigte er omheen staat. Het meisje wordt aangeraakt door Jezus en geneest ook direct, maar de leerlingen en de ouders mogen niemand iets vertellen. Het woord ‘dochter’ wordt voor beide vrouwen gebruikt. Jaïrus komt hulp vragen voor zijn zieke dochter, Jezus spreekt de vrouw aan met ‘dochter’. En in beide gevallen is het geloof in Jezus’ kracht sterk aanwezig. Jezus wijst er op in vers 34 en 36.

De evangelist Marcus wil vooral aantonen dat men op Jezus kan vertrouwen, in elke situatie. Wie door hem wordt aangeraakt komt tot leven, letterlijk en figuurlijk. Het geloof in Jezus heeft de beide vrouwen bevrijd en weer toekomst gegeven.

Focus

Hoop doet leven! Die uitdrukking gebruiken we nogal eens. Ondanks alle verdriet, pijn, moeite, of zinloosheid, proberen we hoop te houden, hoop op verbetering. In de teksten van vandaag lezen we hoe mensen voor hun hoop een anker vinden in hun geloof. Hun hoop is geloof in Gods beloften dat het goed komt, ondanks een hopeloos lijkende situatie. In de eerste lezing uit het boek Wijsheid benadrukt de auteur dat God niet de ondergang of de dood wil. Alles wat Hij geschapen heeft is gericht op leven. In de Psalm hoor je de hopeloosheid van de psalmist, maar ook de dankbaarheid dat hij uit de put gered is, zomaar onverwacht. Paulus wil de relatie tussen de christenen in Griekenland en Palestina verbeteren en doet in Korinte een beroep op hun geloof in Jezus Christus. Door elkaar te helpen, schep je voor de ander een nieuwe toekomst. De vader van Jaïrus en de vrouw met de bloedvloeiingen putten hoop uit de ontmoeting met Jezus. Hun geloof in Jezus helpt hen door de problemen heen.

Echte hoop, een vast geloof, kan iemand een nieuw zicht op het leven geven: Geloof doet leven!

Suggestie: zending en zegen

De tweede lezing (uit de tweede brief aan de Korintiërs) kan als volgt verwerkt worden in de zending en zegen:

Paulus zegt:
‘Broeders en zusters,
gij munt reeds in zoveel opzichten uit:
in geloof, welsprekendheid, wetenschap,
in ijver op alle gebied,
in uw liefde voor ons;
laat dan ook dit liefdewerk uitmuntend slagen!’
Mogen wij in woord en daad
het liefdewerk van Christus
voortzetten in onze wereld,
die zoekt naar heil en genezing,
geluk en genade,
liefde en vrede.
Zo zijn we een zegen voor elkaar
en mogen we ons gezegend weten
door de Eeuwige en Enige God, die is:
Vader, + Zoon en heilige Geest. Amen.

 

Deze teksten en suggestie zijn genomen uit de ‘Handreikingen voor liturgie voor de zon- en feestdagen’ van Berne Media. In deze uitgave staan exegetische notities voor elke lezing en antwoordpsalm, een ‘kapstok’ voor de verkondiging, misteksten, voorbeden en diverse andere suggesties voor vieringen met gewijde of niet-gewijde voorganger. Voor meer informatie over de uitgave en een abonnement, zie de website van Berne Media.