Vers voor de Zondag: 4 juli

0
429
Wandelende persoon

In onze rubriek ‘Vers voor de Zondag’ blikken we vooruit op de eucharistieviering  van de aanstaande zondag (of feestdag): wat vertelt het Evangelie ons? Om wat voor thema draait deze viering? Wat zou je kunnen doen om dit te onderstrepen?

14e zondag door het jaar

Weerbarstige boodschap

‘Een profeet wordt niet erkend in zijn eigen huis’: dit komt uit de Bijbel maar het is ook een ‘waarheid als een koe’, dat wil zeggen, we herkennen de ervaring. Een profeet kan elders furore maken; in zijn eigen omgeving is het maar ‘een jongen van ons’. Ezechiël ervaart dit, Jezus ervaart dit, velen ervaren dit.

Dit gezegd hebbende: en toch moet de boodschap verkondigd worden. Zo staat het in de verhalen, zo voel je het ook zelf aan en zo zal God ook zijn kracht aan je geven. En is weerbarstigheid niet het keurmerk van het goede?

Exegetische notities Evangelie

Marcus 6,1-6

Ook Jezus stuit tijdens zijn werken op weerstand, ongeloof, onwil. In Nazaret kan Hij niet door het beeld heen breken dat mensen getuige vers 3 van Hem hebben: ‘de timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Juda en Simon en zijn zussen wonen hier onder ons.’ Dat blokkeert mensen om in Jezus te kunnen geloven. Hoe kunnen oude beelden mensen in de weg zitten!

Marcus tekent Jezus als rondreizende prediker. In de voorafgaande hoofdstukken is de lezer van het Marcusevangelie duidelijk geworden hoe heilzaam Jezus’ optreden is. Hij slaat Nazaret niet over op zijn rondtocht. Op sabbat geeft Hij onderwijs in de synagoge in Nazaret voor een ruim gehoor, maar zijn onderwijs landt niet. Heel anders dan eerder in Kafarnaüm (Marcus 1,21-28). De verhalen over Jezus’ optreden in Kafarnaüm en Nazaret zijn door Marcus parallel opgebouwd. In Kafarnaüm reageren mensen zeer positief en naderhand gaat Jezus’ faam rond in Galilea (Marcus 1,28). Er is dus een scherp contrast tussen de beide plaatsen. Het ongeloof in Nazaret is niet de eerste tegenwind die Jezus ondervindt. In Marcus 3,6 is al verteld dat mensen Hem wilden doden.

In Nazaret stuit niet de boodschap op ongeloof, maar de boodschapper. Daardoor wordt het bezoek een teleurstelling. Mensen luisteren naar Jezus en praten daarna over Jezus, maar niet met Hem. Daarentegen zoekt Jezus wel het gesprek met mensen (‘zei hun’, vers 4). Hij constateert dat geen profeet in zijn vaderstad geëerd wordt. Hij had daarbij het voorbeeld van de oudtestamentische profeet Jeremia die juist door mensen uit zijn vaderstad Anatot (Jeremia 1,1) met de dood bedreigd wordt (Jeremia 11,18-23). Jezus zet zich hier dus in de lijn van Israëls profeten. Jezus verwondert zich op zijn beurt over zijn stadgenoten (vers 6).

Het ongeloof in Nazaret blokkeerde Jezus om daar veel genezingen te verrichten. Een klein aantal mensen stond wel voor Hem open. Met handoplegging genas Hij hen (vers 5).

Jezus’ ervaring in Nazaret is negatief – en die ervaring raakte Hem-, maar dat heeft Hem niet weerhouden om met volle inzet verder te werken. Daar eindigt Marcus deze passage mee. Jezus trok verder en ging onvermoeibaar door met zijn onderwijs. Het is duidelijk dat het Jezus hier niet om zichzelf gaat, maar om zijn verkondiging. Zijn goede nieuws over Gods Koningschap is te belangrijk, te mooi om het stil te houden. Jezus wilde zoveel mogelijk mensen daarin meenemen. Daarvoor wilde Hij velen ontmoeten. Hij reist rond om mensen in hun eigen omgeving te ontmoeten. Voor het kunnen landen van de boodschap is het wel nodig dat mensen zich voor Hem openstellen en ontvankelijk zijn voor zijn woorden en zijn daden.

Focus

Geloofsverhalen kunnen niet bij voorbaat en vanzelfsprekend op een goede ontvangst rekenen. Dat maken de teksten van deze zondag duidelijk. Er kan weerstand liggen in de boodschap of de boodschapper. Dat geldt ook in deze tijd. Tegelijk roepen de teksten van deze zondag op om niet te zwijgen. Het Bijbelse verhaal van Gods betrokkenheid op deze wereld, zijn bewogenheid met deze wereld is er te belangrijk voor. Het heeft urgentie om mensen terug te brengen bij hun diepste bedoeling (Ezechiël 2). De gemeente mag daarbij een beroep doen op Gods kracht (Psalm 123). Laat de gemeente bij haar werken vertrouwen op de genade van Christus (2 Korintiërs 12) en voortgaan, zoals Jezus zich niet door ongeloof liet tegenhouden en doorging met zijn verkondiging (Marcus 6).

Suggestie: mensen die veel weerstand oproepen

Hoeveel mensen met een boodschap van verzoening, bevrijding en vrede zijn er vandaag niet die veel weerstand oproepen. Krantenkoppen genoeg. We hoeven echt niet steeds terug te grijpen op dominee Martin Luther King, Gandhi of Nelson Mandela. Ze zijn er vandaag ook. Maak bijvoorbeeld een collage van krantenkoppen. Wees creatief!

Deze teksten en suggestie zijn genomen uit de ‘Handreikingen voor liturgie voor de zon- en feestdagen’ van Berne Media. In deze uitgave staan exegetische notities voor elke lezing en antwoordpsalm, een ‘kapstok’ voor de verkondiging, misteksten, voorbeden en diverse andere suggesties voor vieringen met gewijde of niet-gewijde voorganger. Voor meer informatie over de uitgave en een abonnement, zie de website van Berne Media.