Franciscus op het nippertje

0
644
Kloosterkerk franciscanen in Megen

Maandag 5 oktober, 09:15 uur. Afgelopen weekend vierden wij, als leden van de religieuze franciscaanse familie, niet zoals de meeste katholieken de zeventwintigste zondag door het jaar, maar het hoogfeest van onze ordestichter Franciscus.

door Hans-Peter Bartels ofm

Bij ons geen 600 mensen in de kloosterkerk, zoals in Staphorst. Die kunnen er in ‘normale tijden’ al niet eens in. Laat staan in coronatijden. Het meeste dat ik ooit heb meegemaakt in onze kerk is 220 mensen. Dan zit je dus hutje-mutje op een klutje en zeker niet coronaproof. Het coronamaximum ligt rond de zestig personen.

En dat is jammer, want doorgaans vieren een ruime honderd mensen met ons het Franciscusfeest mee. Dan wel op de vooravond zijn Transitus (overgang) naar het eeuwig leven, dan wel de Hoogmis op 4 oktober. En de gastenkamers zitten normaliter helemaal vol. Maar in dit coronajaar is alles anders. Slechts acht gasten in huis (wat nog best veel is, maar er zaten ‘duo’s’ tussen, dus het lukte prima), een dikke veertig mensen in de Transitus en zestig mensen in de Hoogmis. Let wel: daar zaten onze zusters de clarissen bij en die vormen met zijn allen natuurlijk één enorme bubbel.

Vele mensen die trouw elk jaar komen, konden er niet in. Gelukkig, moet ik zeggen, was dat ieders eigen beslissing: bij het aanmelden hebben we geen ‘nee, het is vol’ hoeven te verkopen. En in huis – wie het Megense meeleefmodel kent, weet dat in normale tijden afstand houden er geen onderdeel van uitmaakt – lukte ons in een soort choreografische ‘anderhalve-meterdans’, de gasten (veelal echte ‘stamgasten’) zich welkom te laten voelen, maar toch coronaproof te ontvangen.

‘s-Middags bij de dierenzegen – zo’n andere mooie traditie op 4 oktober, waarbij eigenlijk vooral de band tussen ‘begeleider en huisdier’ – wordt gezegend, pasten we dezelfde ‘anderhalve-meterdans’ weer zo goed als mogelijk toe in de kloostertuin. Met één broeder kater en zo’n vijftien broeders en zusters honden was het rustiger dan andere jaren. Ook daar zit tante Corona ongetwijfeld achter.

Ons bewust van de beperkingen was ik toch tevreden met het weekend. Nietsvermoedend plof ik op een stoel voor het acht-uurjournaal. En hoor het eerste bericht van die kerk in Staphorst. 600 mensen… samenzang. Mijn broeder naast me in de stoel en ik kijken elkaar veelbetekend aan. Ten eerste… doen wij daar onze stinkende best (zoals pak hem beet 90% van alle kerken/moskeeën/synagogen/tempels), maken zij op zo’n manier gebruik van de regels, dat minister Grapperhaus in gesprek wil met religieuze organisaties. Wat gaat dit morgen voor gevolgen hebben?

‘s-Avonds in de recreatie (ons gezellig samen zitten ter ontspanning) is het natuurlijk het gesprek van de avond. Met name waarom er voor kerken (en andere religieuze gebouwen) nu wel of geen uitzondering moet worden gemaakt. Ik zal iedereen die discussie besparen. Zelf kan ik me best goed voorstellen dat er heel wat mensen vreemd opkijken van die uitzondering op de maximaal 30 personenregeling. Niet in de laatste plaats omdat deze week mijn toneelvereniging voor de tweede keer haar plannen door tante Corona om zeep gebracht zag worden. Weer gaan de voorstellingen niet door. Verschillende voorstellingen waren al volgeboekt (= 60 personen) en ga nu maar eens kiezen wie er dan wel en wie er dan niet mogen komen…

Even voor de helderheid: ik probeer geen medelijden te krijgen. Het is nu eenmaal zo op het moment. Het is jammer dat we Franciscus in aangepaste vorm moeten vieren en eveneens jammer dat de toneeluitvoeringen niet doorgaan. Meer niet. Maar gaan de Staphorsters straks een zwarte-kousenstreep trekken door onze rekening? Ik wacht nog even met spanning af tot ik deze column aan de eindredactie overdraag.

11.45 uur… Ja, ook het zeer dringende advies aan de kerken is om weer terug te gaan naar de 30 personen. Dat was te verwachten. En dat wordt nog wat…

Vorig artikelPlant van de maand: rozenbottel
Volgend artikelCOVID-19: konijnen en goden
Br. Hans-Peter Bartels ofm studeerde cultureel erfgoed aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten/Reinwardt Academie en deed een cursus journalistiek en nieuwe media. Hij was medewerker educatie, publieksactiviteiten en communicatie in diverse musea. Voor zijn orde is hij (mede) verantwoordelijk voor de communicatie. Hij schrijft voor zes Nederlandse en Vlaamse (franciscaanse) tijdschriften, werkt mee aan het maken van voorbeeldvieringen door Berne Media en ontvangt de gasten in het Megense minderbroedersklooster.