Vers voor de Zondag: 15 augustus

0
454

In onze rubriek ‘Vers voor de Zondag’ blikken we vooruit op de eucharistieviering  van de aanstaande zondag (of feestdag): wat vertelt het Evangelie ons? Om wat voor thema draait deze viering? Wat zou je kunnen doen om dit te onderstrepen?

Maria Tenhemelopneming

Opgenomen in liefde

Er zijn geen gegevens in de Bijbel over het sterven van Maria. Volgens de traditie zou Maria niet gestorven maar ‘ontslapen’ zijn te midden van de apostelen en voortleven in Gods liefde. Al in de zesde eeuw werd in Palestina een Mariafeest gevierd op 15 augustus, dat uitgroeide tot het feest van het ontslapen van Maria. In 1950 werd de tenhemelopneming van Maria door Pius XII tot dogma verklaard. Na twee gruwelijke wereldoorlogen met miljoenen slachtoffers wilde hij hiermee de verloren gegane eerbied voor het menselijk lichaam weer doen groeien.

Exegetische notities Evangelie

Lucas 1,39-56     

Het Magnificat staat in de context van de ontmoeting van Maria en Elizabeth. De locatie is, naar huidig inzicht, het huidige Aïn Karim, ten Westen van Jeruzalem.

Onze perikoop heeft vier delen: 40b-47 (inleiding); 48-50; 51-53 (2 strofen); 54-55 (slot).

In deze notitie staan de indeling van de tekst zoals hierboven weergegeven en enkele illustraties van de mozaïek van oudtestamentische citaten en allusies in dit lied. Een centraal motief is de term ‘gerechtigheid’ voor de fysiek armen, én voor de eenvoudige mensen, inclusief de armen van geest.

De lofzang is vooral gebaseerd op het lied van Hannah in 2 Samuel 2,1-10, Psalm 33, 47 en 113. Daarnaast herkennen we de lofzang van Deborah in Rechters 5, en die van Judith 13,18.

Er zijn nog meer boeiende verbanden het met Oude Testament. In Genesis 25 zijn Ezau en Jakob in de schoot van Rebekka. Ezau is de eerstgeborene en Jakob kreeg de eerste rechten. Zou de link met Johannes de Doper als voorloper van Jezus té vergezocht zijn? Lucas 1,38 stelt dat het kind als ‘heer’ is. Dit raakt het motief van dienstbaarheid zoals we dat in Genesis 18,14 zien wanneer Sara de belofte krijgt dat ze nog een zoon krijgt.

In strofe 1 staat Gods grootheid in verbinding met de kleinheid van Maria die om haar genade geprezen wordt, niet om haar verdienste. Dat verbindt haar met Gods grootheid. Zij noemt drie goddelijke aspecten: macht, heiligheid (van haar kind) en barmhartigheid. Deze laatste term wordt niet nader omschreven, maar staat in het oude testament op honderden plaatsen samen met de term gerechtigheid. Beide termen vormen één begrip.

Vers 43 is belangrijk. Elizabeth noemt Maria ‘de moeder van mijn Heer’, de titel die ze krijgt als moeder van de verrezen Christus. Deze titel treffen we in de toespraak van Petrus in Handelingen 2 waar we nog veel meer elementen treffen uit het Magnificat en raken aan apocalyptische tendensen in de eerste eeuwen van het christendom.

Strofe 2 (verzen 51-53) tonen een omwenteling op sociaal en religieus gebied. De machtigen en rijken verliezen hun status vanwege hun hoogmoed. Er komt gerechtigheid (door barmhartigheid) voor geringen en hongerigen.

Deze kernwoorden staan voor de eerste en fundamentele rechten in een samenleving. Maria brengt deze grondwaarden in verband het concrete heil dat haar zoon Jezus zal brengen. In hoofdstuk 4, 18-19 staat dat nog eens duidelijk wanneer Jezus in de tempel een deel uit Jesaja voorleest.

Het slot (verzen 54-55) is een terugblik op de heilsgeschiedenis vanaf Abraham en de belofte aan Sara. God is de grond voor hoop voor de geringe mens en Jezus maakt de belofte aan Abraham tot werkelijkheid.

Focus

Het jongste document is de Openbaring waarin veel apocalyptische elementen uit het Eerste Testament herkenbaar zijn. We lezen over de religieus-sociale omwenteling die er in dit tijdsgewricht nodig is. Geopolitieke conflicten tussen Israël en het Romeinse gezag zijn het kader voor een pessimistische toekomst en tegelijk een hoopvolle tijd vol beloftes wanneer de geestelijke wederkomst van Christus werkelijkheid wordt. De beschrijving hiervan in Openbaring is gebaseerd op oudtestamentische teksten en vormgegeven in gecodeerde taal met diepgaande metaforen. De kernvraag is hoe je je overeind houdt in een religieus-vijandige wereld.

Suggestie: kruidenzegening

De provincie Limburg kent een oude traditie van ‘kroedwusj’. De kroedwusj is samengesteld uit twee graansoorten, twee geneeskrachtige kruiden (‘kroed’) en onheilwerende kruiden.  Het verhaal gaat dat de zeven kruiden zijn aangetroffen in het graf van Maria. Daarom heeft de jaarlijkse ‘kroedwusj zegening’ plaats op of rondom 15 augustus, Maria Tenhemelopneming.

Wellicht dat met de plaatselijke IVN-afdeling een wandeling gemaakt kan worden waarop deze kruiden verzameld worden om later in kerk of kapel bij het beeld van Maria te worden gezegend.

De kroedwusj wordt gebruikt om onheil af te wenden. Het boeket wordt in huis of op zolder opgehangen.

Begeleidende tekst bij de bloemen

Elisabet zei vol waardering tot Maria: ‘Gezegend ben je…’
In Maria mogen ook wij ons gezegend weten.
Deze oproep hebben mensen al eeuwenlang verstaan.
Ze brachten zomerbloemen, vooral veldboeketten van bepaalde soorten,
mee naar de kerken en kapellen om ze te laten zegenen.
Ook wij hebben vandaag boeketten meegebracht.
Mogen wij Gods zegen in deze viering ontvangen
én naar onze huizen brengen,
omwille van zegen over allen die daar in- en uitgaan.

Zegening

Gezegend zijt Gij, God van alle leven,
Gij hebt al het goede geschapen.
Gij hebt de aarde aan de mensen gegeven
om haar te behoeden, te bewaren en te bewerken.
Gij hebt de akkers, de bermen en de tuinen gesierd met bloemen
en ze heerlijke geuren gegeven.
Gij schenkt ons kruidgewassen in allerlei soort
om ons te versterken en te genezen.
Wij bidden U:
laat ons vol dankbaarheid van deze bloemen genieten
en laat deze kruiden hun geuren verspreiden
daar waar we wonen en leven.
Mogen ze ons huis zegenen met uw liefde en uw trouw,
met genegenheid en vreugde.

God, die om alles gezegend is en wordt,
zegen deze bloemen en kruidgewassen
op voorspraak van Maria:
dat zij ons tot vreugde en heil strekken.
Zegen ook ons
in de Naam van de Vader, + Zoon en heilige Geest. Amen.