Column: Wandelen

0
787

Het was een ‘gekwetter’ van jewelste bij ons in de refter deze morgen. Het Kloosterpad is erg in trek en één van de halteplaatsen (met overnachting) is de Abdij van Berne. Het ontbijt doet me denken aan de refugio’s op weg naar Santiago de Compostela. Ook daar mensen die elkaar niet kennen, voor één avond, één nacht, één viering in de kerk en één ontbijt bij elkaar worden gebracht en honderduit met elkaar praten. Wat is hiervan het geheim?

Afzonderlijk van elkaar (hoewel… er zijn ook stelletjes) hebben ze de tocht van ’s-Hertogenbosch naar de abdij gelopen, 22 kilometer. De ene voet voor de andere voet zetten, zo gaat dat. Er gebeurt echter meer: het landschap dat aan je voorbijgaat en waarvan je een deel wordt, vele waterlopen, van groot tot klein, waar je het water ziet stromen, sterk door de vele regen van de laatste weken. In de verte is er altijd het geluid van auto’s in ons dichtbevolkte landje, maar gelukkig heeft het geluid van vogels, kikvorsen en andere levende have de overhand. En dan die luchten, zo helder omdat ze steeds schoongespoeld worden door de slagregens. Of het het wilt of niet: dit alles is ‘indruk-wekkend’, het drukt een stempel op je tocht.

Dan de aankomst in de abdij. Niet iedereen is kerkganger, verre van dat. Ach, dat bidden van die veertien norbertijnen pik je dan mee. Voor sommigen wat uit de oude doos. Maar na een intensieve dag is het rustgevend om er bij te zijn. Niet alles wordt begrepen, maar het werkt wel. En dan het samen eten, de avond met de verhalen, het ontbijt en het vertrek voor de volgende etappe. De eeuwenoude pelgrims-experience wordt springlevend. Het sportieve van een wandeling, de openheid voor het culturele en de nieuwsgierigheid naar iets meer-dan-het-gewone mengen zich tot een weldoende mix.

Hier wel… Waarom blijven deze verschillende ervaringen in ons dagelijkse bestaan naast elkaar staan, of zelfs maar ten dele aanwezig? De hectiek, het gebrek aan rust, zelfs de weigering om je over te geven aan zaken die in je binnenste wel aanwezig zijn maar die je niet wilt aanraken, zeker niet wilt activeren. Dat is jammer. Het leven is namelijk een tocht waarop je stap na stap zet. Zo zou het moeten zijn. Het leven is geen hogesnelheidslijn, geen ratrace, waarop maar weinigen kunnen standhouden. De een na de ander valt af. En dan? De hulpverleners staan klaar, tot aan de psychiaters toe. Velen hervinden een evenwicht maar ten koste van veel pijn en moeite. Aanderen vallen af. Zonde. Echt zonde, ook in de betekenis dat hier verhoudingen worden verstoord. De verhouding met je eigen lichaam, met je geest, met je omgeving en met de schepping. Het verstoren van verhoudingen is ‘zonde’.

Gelukkig dat velen door COVID-19 het wandelen hebben herontdekt. Voet voor voet gaan ze de weg, een weldoend ritme. De ziel reist al lopend. De ontmoetingen onderweg of op de halteplaatsen zorgen voor een gezond netwerk. Het hele bestaan zou eigenlijk een wandelen moeten zijn. Hoeveel rust brengt het niet en dan ook creativiteit? En openheid voor wat niet te verwoorden is.